//= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-regular-400.woff2' ?> //= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-solid-900.woff2' ?> //= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-light-300.woff2' ?>
‘Lieve telefoon. Je bent een ding, maar je bent niet enkel een ding. Ik sta met je op en ik ga met je naar bed. Elke lege seconde zoek ik jouw gezelschap. Elke observering moet op Twitter of WhatsApp. Elke vraag moet beantwoord. Een gemiddelde schermtijd van 7 uur per dag. En waarom?’ Filosoof Hans Schnitzler vraagt zijn studenten een week lang zonder smartphone te leven. Tijdens die week houden ze in een dagboek bij wat dat met hen doet. En aan het eind schrijven ze hun smartphone een brief.
Schnitzler startte het experiment in 2016, als medegrondlegger van de Bildungacademie, een initiatief van studenten die in hun opleiding ook ruimte willen voor zingeving, reflectie, waarden, ethiek.
‘Ik dacht: dan zou ik wel samen met studenten willen nagaan wat de invloed is van sociale media. Want de vraag naar de invloed van sociale media gaat ook over ethiek: wat is het goede leven? Wat maakt het leven voor mij waardevol? Wie wil ik zijn? En hoe word ik beïnvloed door de constante aanwezigheid en beschikbaarheid van sociale media?
Toen dacht ik: wat zou er gebeuren als we die telefoon een week weg doen? En kun je daaromheen een onderwijsprogramma maken, en samen met jongeren een digitaal bewustzijn ontwikkelen?
Oorspronkelijk was het een jaarprogramma, maar inmiddels is het een programma van één avond in de week. Meestal gaat het om jongeren tussen de 20 en 25, die naast of na hun studie een avond in de week aan de Bildungacademie studeren.
Ja, zeker. Het zijn allemaal ambitieuze en slimme jonge mensen, die het leuk vinden om te experimenteren.
Ja. In het begin legden ze hun telefoon en laptop echt met een soort ritueel in een kluis. Maar nu het geen fulltime programma meer is, spreken we af dat ze ze ergens achterlaten. Voor veel mensen is het idee dat ze helemaal niet meer bereikbaar zijn erg ingewikkeld, dus we hebben dumbphones aangeschaft, zodat ze wel kunnen bellen.
Sommigen zeggen: “Ik heb een baan, ik kan niet zonder.” Als je daarover doorpraat, kan het soms wel degelijk.
Het experiment is altijd ingebed in een breder thema. Het is belangrijk dat er een goede aanloop is en dat ze er inhoudelijk stevig instaan. Dus we bespreken wat technologie met ons doet en wat de wisselwerking is tussen mens en technologie. Het is belangrijk dat ze dat in die week kunnen meenemen in de reflectie op hun ervaringen.
We bespreken ook heel concrete dingen: wat moet je voorbereiden? Als je in die week ergens naar toe moet, wat moet je dan regelen, want je hebt geen internet. En wie moet je inlichten? In feite ben je zonder smartphone verdwenen. Je bent er gewoon niet meer. Familie, vrienden of je collega’s kunnen zich zorgen maken als je niet meer altijd bereikbaar bent.
En dan geef ik ze een aantal opdrachten mee. Onder meer: schrijf een brief aan je smartphone. Dat levert prachtige stukken op. Iedereen heeft net een ander perspectief, een andere toon.
Na die week laat ik ze daaruit stukjes voorlezen en praten we door over sommige inzichten.
Zich verwonderen over het feit dat ze van A naar B kunnen komen zonder smartphone, en dat mensen het leuk vinden om hen de weg te wijzen. Sommigen gaan taarten bakken, anderen veel meer lezen, wandelen. Ze zoeken soms elkaar ook op.
Dat ze veel meer ruimte kregen in hun hoofd. Dat ze zich beter konden concentreren en dingen echt afrondden. Hun verveling konden omzetten in creativiteit.
Dat ze meer oogcontact hadden met mensen en sowieso veel meer in verbinding waren en op een veel socialere manier naar mensen en naar de wereld keken. Dat hun gesprekken dieper gingen, omdat ze door de aanwezigheid van hun smartphone constant stand-by staan.
Dat ze zelf bepaalden wat ze gingen doen, in plaats van dat ze zich lieten leiden door berichtjes of appjes. En dat dat eigenlijk best goed ging. Dat ze zich daardoor zelfverzekerder voelden.
Dat ze meer nadachten en meer ruimte hadden om af te wegen of ze iets met die gedachte wilden doen

of niet. Iemand zei: “Ik merkte dat ik iets aan het worden ben wat ik niet wil.” Iemand anders hoorde van zijn omgeving dat hij veel toegankelijker was. Dat zijn moeder hem teruggaf dat hij meer vroeg en haar meer hielp.
Zeker. Sommigen hadden last van digitale ontheemding. Een meisje zei: “Ik zou naar een feestje, maar doordat ik geen smartphone had wist ik niet wie er nog meer zou gaan en met wie ik zou kunnen op fietsen. Dus ik ben maar thuis gebleven.” En een jongen zei: “Ik voelde een vorm van onrust. Zit jij op de bank met je gemberthee een boek te lezen, maar je hebt geen idee wat je vrienden aan het doen zijn. Je kan natuurlijk wel even bellen, maar je bent niet meer vanzelfsprekend verbonden.”
Dingen als: “Je maakt me duf, ongeduldig, onzeker en egocentrisch. Maar vervolgens ben jij degene naar wie ik ren als het drukke en stressvolle leven me even teveel wordt.” Of: “Jij kent me beter dan wie dan ook. Je bent altijd bij me en helpt me, maar je bepaalt mijn leven ook op een manier die niet zo gezond is, dus ik wil er een LAT-relatie van maken.’ Eén student formuleerde dat heel mooi: ‘Want als er de afgelopen dagen één ding duidelijk is geworden, is het dat allebei onze batterijen langer meegaan als we soms niet samen zijn.”
Dan denk ik toch dat we het over aandacht moeten hebben – aandacht in de zin van betrokkenheid. Je ziet dat de betrokkenheid met familie, vrienden en de publieke ruimte in zo’n week toeneemt. En ook de betrokkenheid met zichzelf, met hun innerlijke stem.
Over aandacht is in de filosofie best veel geschreven in de filosofie en de mooiste definitie is misschien wel van Simone Weil: “Aandacht is de puurste vorm van gulheid.” Dat vind ik zo mooi. Je schenkt aandacht en daarmee schenk je jezelf ook weg. Om werkelijk aandachtig bij een ander te zijn, moet je je “ik” tussen haakjes zetten.
Maar aandacht is ook een menselijke hulpbron. Waar zuivere lucht je laat ademen, laat zuivere aandacht je denken en voelen. In de normale gang van zaken bepalen wij zelf waar we aandacht aan willen besteden. Maar als we types als Zuckerberg laten bepalen waar we onze aandacht aan schenken, bepalen zij wat we denken en voelen.
Aandacht kan ons ons naar binnen laten richten, maar ook naar buiten. Een studente vertelde hoe ze in de tram en de bus opeens allerlei gesprekken opving en zo met andere leefwerelden in aanraking kwam. Ze hoorde een moeder tegen een kind praten op een manier die zij niet kende. Daardoor ging ze nadenken over haar eigen leven.
Ik heb het idee van wel. Ik meen te zien dat de jongste generatie, die er echt mee is opgegroeid, het experiment gretiger aangaat. Zij lijken zich meer bewust van de nadelen en voelen daar ook een zeker onbehagen over.
Dat is natuurlijk niet los te zien van alle kritische aandacht over wat Big Tech met ons uitspookt. We weten ook meer. Je ziet nu ook al die initiatieven van ouders die willen dat hun ouders smartphonevrij opgroeien. Er zijn ook allerlei initiatieven in het land waar jongeren hun telefoon inleveren en spelletjes met elkaar gaan doen. In 2016 was dat er allemaal nog niet.
De meesten wel. Sommigen verwijderen bepaalde apps, zetten hun notificaties uit, of laten hun telefoon vaker thuis liggen. Bij anderen smaakt het naar meer: die schaffen een Nokia aan, waarmee ze alleen nog kunnen bellen. Weer anderen melden ook dat ze weer zijn teruggevallen. Dat woord gebruiken ze ook echt, alsof het gaat over een verslaving.
Het kan een eerste stap zijn naar een zeker kritisch digitaal bewustzijn. Maar als je echt iets wil veranderen, moet je zo’n experiment misschien herhalen of op een andere manier kijken hoe je je wil verhouden tot de digitale wereld. Ik pleit daarom wel voor een periodieke digitale onthouding.
Aan het eind van het studieprogramma presenteren ze welke inzichten ze hebben opgedaan en dan merk je wel dat die digitale detox echt een enorme indruk heeft gemaakt. Die komt daar bijna altijd in terug.’
Interview: Marijke Verduijn
Foto Hans Schnitzler: Frank Ruiter
De studenten op de foto komen niet voor in het artikel.
Lees ook: Ouders, leg die telefoon weg
Hans Schnitzler is filosoof en publicist. In 2015 publiceerde hij Het digitale proletariaat, waarin hij waarschuwt voor technologische ontwikkelingen en commerciële krachten die de mens reduceren tot ‘een radertje in de machines van de techniek.’ In 2017 volgde Kleine filosofie van de digitale onthouding – in 2023 herzien en opnieuw uitgegeven onder de titel Digitale detox. Wij nihilisten (2021) en Filosofie van de kroeg (2024) haalden de shortlist van de Socratesbeker. Onder de titel Altijd aan maakte Human / Brainwash een driedelige podcast over de digitale detox van Schnitzlers studenten.