Polarisatiepijn. Hoe Trudy en haar dochter Marthe elkaar kwijtraakten en weer vonden. Het verhaal van Trudy

Polarisatiepijn. Hoe Trudy en haar dochter Marthe elkaar kwijtraakten en weer vonden. Het verhaal van Trudy

‘Het gaf aanvankelijk rust. Het was op den duur heel moeilijk geworden om niet steeds in ruzie te vervallen. Als je  alle twee een diepe wezenlijk andere overtuiging hebt over wat er speelt in de wereld dan ben je de hele tijd bezig de olifant in de kamer te vermijden. Je weet dat je op dun ijs loopt. Dus eerst gaf het een soort rust, want we wisten niet meer hoe we met elkaar konden praten.

Maar het duurde te lang. Dat was ook weer niet de bedoeling. Ik dacht steeds: ze is jarig, zal ik haar bellen? Het is lekker weer, zal ik vragen of we samen een eind gaan wandelen? Maar je wil ook niet afgewezen worden. En je denkt nog steeds anders over dingen en we zijn alle twee eigenwijs en voor je het weet, zit je weer in dezelfde discussie.
Ik vertrouwde en hoopte wel steeds dat het contact weer zou komen. Het moeilijkst voor mij was dat ik echt niet wist hoe ik me tot haar moest verhouden, en dat liefde niet genoeg was, of op dat moment niet de juiste sleutel.

Nou, dat vond ik heel erg. Mijn tweelingzus had nog wel contact met Marthe en ik had wel contact met m’n twee andere kinderen. Dus ik hoorde hoe het met haar ging, maar we reikten niet naar elkaar uit. De brug die via onze oudste dochter werd geslagen door Simba was voor hem heel pijnlijk, maar was wel een mogelijkheid die ik meteen heb benut. 

Wat mij hielp was dat ik diep van binnen vertrouwde dat we ooit een nieuwe kans zouden krijgen. Mijn zoon zei ook: “Het komt wel weer goed.”
En ik had ook steun aan lotgenoten. We demonstreerden in die tijd veel en daar waren meer moeders die geen contact meer hadden met hun kinderen, en anderen die iemand verloren hadden doordat ze heel anders over de plandemie dachten.

Ik geloof nog steeds dat het een plandemie was. Ik werkte als manager in de zorg, dus ik zat op de eerste rij in dat theater van de angstzaaierij en de ic’s in de ziekenhuizen waar ik werkte, lagen helemaal niet vol. Ik voelde en zag dingen waarvan ik dacht: dat klopt gewoon niet. Ik was het ook helemaal niet eens met de maatregelen die werden genomen. Ik ben opgeleid als verpleegkundige en mRNA is echt iets anders dan een klassiek vaccin. Er zijn artsen die nu nog boetes betalen omdat ze mensen off the record medicijnen hebben voorgeschreven (en daarmee opnames in ziekenhuizen en overlijden mogelijk toch echt hebben voorkomen). Die mensen leven overigens nu nog.

Maar ik was ook echt een verontruste moeder en ik vond dat ik mijn kinderen moest waarschuwen. Zij zagen niet wat ik zag. Als je niet in die brandhaard zit en die andere medische kennis niet hebt, kun je dat ook niet zien. Vanuit die angst heb ik al die artikelen opgestuurd en ze bijna gesmeekt om zich niet te laten vaccineren. Ik wilde zo graag dat ze nog even zouden wachten totdat er andere middelen zouden zijn. Ik was gewoon in paniek. Je zet je kinderen gezond op de wereld en je wil niet dat ze aan de drugs gaan, maar ik wilde ook echt niet dat ze die prikken zouden nemen.

Daar moest ik heel erg van huilen. Dankzij Simba hadden we weer contact en een nieuwe relatie. Dat was in het begin best lastig, want je weet dat je weer echt moeder en dochter wil worden en dat er iets geheeld moet worden, maar je weet niet goed hoe je je naar elkaar toe moet gedragen. Toen Marthe vertelde dat ze dat boek wilde schrijven, voelde ik meteen: dan is onze breuk niet voor niets geweest. Marthes boek bracht betekenis voor het grotere geheel. Het is niet alleen voor ons helend geweest. Veel mensen herkennen zich in het verhaal. Dus ik heb meteen gezegd: dat moet je doen.
Als je de kwetsbaarheid aangaat om zonder gebruiksaanwijzing opnieuw moeder en dochter te worden, dan kan dat ook van betekenis zijn voor anderen die onderweg iemand hebben verloren.

Ik geloof dat ik niet behoedzamer ben geworden, maar ik geef wel beter m’n grenzen aan. Iemand zei ooit: “Jij leert je kinderen spreken en zij leren jou zwijgen.” Marthe is best een pittige tante, maar dat mag. Ik ga de discussies niet meer zo aan, of ik kom er op een ander moment op terug. Dus ik ben, geloof ik, niet behoedzamer, maar ik kijk wel beter of ze iets vandaag wel kan hebben. Morgen kan het ook.
Onze relatie is beter dan vroeger. Onze nabijheid is er nu een die past. Marthe staat meer op eigen benen en is ook gegroeid qua inzicht in verschillende waarheden die er kunnen zijn. En ik geef m’n grenzen beter aan.

Mijn opa zei vroeger al: angst is geen goede raadgever. Ik heb me heel lang afgevraagd waarom ik in mijn kring de enige was die zag wat er gebeurde. Dat voelde heel eenzaam. Ik denk dat ik dat had moeten zeggen. Maar het is een gekke reflex dat je je kinderen niet wil opzadelen met jouw angst. Dat maakte dat ik teveel op mijn mening ging zitten. Ik denk achteraf dat ik had moeten zeggen: “Ik voel dat we de verbinding met elkaar verliezen. Kunnen we even terug? En dit niet tussen ons in laten komen?” Dus minder m’n mening, meer m’n gevoel. Dat had ik moeten doen…

Dat je de mens achter de mening moet zien, zoals Marthe altijd zo mooi zegt. Marthe zat te lang in haar oordeel en ik zat te lang in mijn angst. Toen Marthe haar boek schreef vroeg ze: “Hoe is het nou als je in zo’n optocht in Amsterdam meeloopt en als niet-gevaccineerde nergens mag plassen?” Als zij dit soort vragen eerder had gesteld en ik had gezegd: “Ik ben doods- en doodsbang dat die prikken jullie leven gaan verwoesten”, waren we elkaar misschien niet kwijtgeraakt.

Dus mijn advies zou zijn: deel je kwetsbaarheid. Omdat ik mijn kinderen niet met mijn angst wilde belasten, zagen ze alleen mijn boosheid over de pandemie en het vaccinatieprogramma, maar niet mijn slapeloze nachten. Je moet je eigen emoties serieus nemen en die delen. Dan kun je vragen: “Wat doet dat met jou?” En dan kan de ander zeggen: “Dat vind ik heel erg, maar ik voel dat ik vakantie nodig heb, dus ik ga me toch laten prikken.” En dan had ik weer kunnen zeggen hoe verdrietig ik daar van werd. Dus: benoem je emoties. Wees niet bang, cijfer jezelf niet weg, ga niet op je tenen lopen. En probeer niet te overtuigen. Dat heb ik geprobeerd, maar dat werkt echt niet.’

Interview: Marijke Verduijn

Lees ook: Het verhaal van Marthe

Het boek dat Marthe hierover schreef, heet Ik wil gewoon mijn moeder terug. Hoe we elkaar kwijtraakten door polarisatie. In hun eerdere gezamenlijke podcast interviewden Trudy en Marthe mensen van wie de moeder is overleden, stelde Marthe haar moeder vragen en blikten ze terug op hun leven van vroeger. In die laatste serie bespraken ze de huisregels die vroeger bij hen golden. Zoals: na tien uur ’s avonds los je geen problemen meer op: het is te laat, ga nu eerst maar lekker slapen. Een andere regel was: wie uit contact gaat, is aan zet. Dus als iemand behoefte heeft aan een pauze in het contact, is het aan diegene om weer terug te komen.