Polarisatiepijn. Hoe Marthe en haar moeder Trudy elkaar kwijtraakten en weer vonden. Het verhaal van Marthe

Polarisatiepijn. Hoe Marthe en haar moeder Trudy elkaar kwijtraakten en weer vonden. Het verhaal van Marthe

‘Ik had een hele goede relatie met m’n moeder. We zagen elkaar heel regelmatig en maakten zelfs samen een podcast. Maar tijdens de pandemie merkte ik dat mijn moeder steeds extremer werd. En ze deelde haar theorieën de hele dag: op de familieapp, per mail en ook online. Omdat we samen werkten, had ik daar last van. Ik kreeg vragen: is dit jouw moeder? En ook bij onze gezamenlijke interviews merkte ik dat mijn moeder soms dingen over covid probeerde te slijten.

Dus ik vroeg: “Wil je je mening in ieder geval niet meer op LinkedIn posten? Ik begin me een beetje voor je te schamen.” Dat zegde ze toe, maar ze brak die afspraak telkens weer. Toen ik op een keer zag dat ze zich wéér niet aan de afspraak had gehouden, heb ik screenshots gemaakt van alle vorige keren dat ze beloofd had het te verwijderen. Daarop reageerde ze heel fel: “Ik laat me door niemand de mond snoeren – niet door de overheid en ook niet door jou” en blokkeerde me op Whatsapp. Uit boosheid heb ik toen haar ook geblokkeerd. Er volgden tien maanden radiostilte, waarin we elkaar niet meer zagen of spraken. Dat was heftig, ook omdat zij in die tijd werd geopereerd – wat best fout had kunnen gaan – en ik een nieuw huis betrok.

Ik denk dat de persoonlijke pijn pas kwam toen ze me blokkeerde. Daarvóór was het meer schaamte en irritatie.

Eigenlijk doordat mijn kat een ernstig ongeluk kreeg. Mijn moeder had dat gehoord en bood aan een deel van de kosten op zich te nemen. Dat was heel welkom, want ik had net een huis gekocht. Toch vond ik het moeilijk: ik wilde haar niet iets verschuldigd zijn, maar ze stelde geen voorwaarden.

Ze kwam langs in mijn nieuwe huis om de kat te zien. De eerste keer was heel ongemakkelijk: we spraken alleen over koetjes en kalfjes. De tweede keer was toen de kat z’n operatiepakje had uitgewurmd en zich had verstopt. Ik kan helemaal niet tegen bloed en mijn moeder is verpleegkundige. Dus ik belde haar of ze wilde komen helpen.
Ze was zo lief dat te doen en toen we daarna op de bank zaten, hadden we het weer over koetjes en kalfjes. En toen voelde ik: als dit voortaan ons contact is, dan hoeft het niet voor mij. Dus we moeten het erover hebben, maar dan moet ik beginnen met mijn eigen aandeel in het verhaal. Ik zei: “Ik had jou geen Wappie moeten noemen”. Ik hoopte dat zij ook zou zeggen dat ze fouten had gemaakt, maar dat gebeurde niet. Ze bleef maar benadrukken hoeveel pijn ik haar had gedaan. Ik dacht: maar jij mij ook.

Ik had bijna de neiging mijn excuses terug te nemen, maar dat heb ik niet gedaan. Ik weet nu dat die excuses nooit gaan komen, maar daar heb ik me overheen gezet. Anders blijf je in de strijd zitten. Dat zij haar verantwoordelijkheid voor haar deel van het verhaal niet neemt, is mijn pijn. Die heb ik opgepakt met een therapeut en niet met m’n moeder. Ik heb wel gerouwd om wie zij niet meer is. 

Ja, en dat voelt nog steeds zo. Ik begin mijn boek met allerlei herinneringen aan de moeder die ze ooit was, maar de moeder van toen bestaat niet meer. Het is alsof de weg naar je ouderlijk huis is gesloopt en er nu een winkelcentrum is verrezen. Dat is een rouwproces.

Het belangrijkste dat ik heb geleerd, is dat polarisatie an sich niet slecht is. Je kunt goede gesprekken hebben over waarin je verschilt. Dat hebben mijn moeder en ik ook nog steeds. Je kan anders over dingen denken, want een mens is altijd meer dan een mening. Het wordt gevaarlijk als je de mens achter de mening niet meer kunt zien.

Ieder mens heeft recht op z’n eigen visie. Zij mag anders over dingen denken. Mensen maken hun eigen keuzes en veranderen alleen als ze dat zelf willen – en niet voor een ander. Soms kan je de verbindende factor vinden. Mijn moeder en ik maken ons allebei zorgen over de aarde. Ik vanwege klimaatverandering, zij vanwege chemtrails.
We leren steeds beter kiezen waar we het niet over hebben, of waar we een punt in een gesprek zetten. Als je kunt vaststellen dat je je allebei zorgen maakt over de aarde en daar stopt, eindig je vanuit de verbinding in plaats vanuit de verschillen.

Zoek een gemeenschappelijk doel. In ons geval een kat waar we ons beiden zorgen over maakten en later het motorongeluk van mijn stiefvader. En praat over wat je voelt, niet over inhoudelijke feiten. Je hoeft het niet met elkaar eens te zijn om de gevoelens van de ander serieus te nemen. Kijk naar de mens achter de mening: wie zie je als je verder kijkt dan die mening waar je het niet mee eens bent?

Wat niet werkt, is roddelen en coalities vormen. Toen ik mijn moeder vertelde dat ‘we’ ons zorgen maakten over haar, voelde ze zich meteen aangevallen en ontstond er een ‘wij’ versus ‘zij’. Als mijn broertje, zus en ik onze zorgen individueel hadden geuit, had dat misschien meer effect gehad.

Wat ook niet werkt, is inhoudelijk in discussie gaan over wat wel of niet waar is. Dan gaat de ander diens standpunten alleen maar sterker verdedigen en kan je nóg verder uit elkaar komen te staan.
Polariserende taal werkt ook zeker niet. Als je de ander ‘wappie’ of ‘schaap’ noemt, houd je de polarisatie in stand. Zoek in plaats daarvan naar verbindende woorden die laten zien wat je nog wél gemeen hebt met elkaar.

Ja, dat denk ik wel. In het begin liepen we allebei op eieren. Het had echt wel tijd nodig. Maar dat veranderde. We konden tegen elkaar zeggen: “Ik ben heel bang je kwijt te raken, want ik heb je lief.” Ik vind het heel knap dat ze aan het boek heeft meegewerkt. Ik heb haar het hele boek van tevoren voorgelezen en ze mocht er ook feedback op leveren.

Ik stelde bij mijn interviews ook altijd de voorwaarde dat mijn moeder de tekst van tevoren mocht lezen. Zij moest het niet pas in de krant lezen. Soms hielden journalisten zich niet aan de afspraken en als dat mis ging, was dat ook heel verbindend in de relatie met m’n moeder. Daardoor heb ik ook meer begrip gekregen voor haar kritiek op de mainstream media.

Het was ook heel verbindend om samen in de media op te treden. Mijn moeder wilde zelf niet in de mainstreammedia, maar journalisten konden haar wel vragen stellen via mij. Ik ging ook in op interviewverzoeken van platforms die zijn ontstaan in de coronatijd, zoals ‘De nieuwe wereld’ en ‘de andere krant’. Daarna ging zij met mij mee naar een interview bij Eva Jinek.

Nee, dat denk ik niet. Soms is het goed elkaar even niet te zien. Juist om je beter te kunnen afvragen wat je nog met elkaar hebt. Ik denk dat we die afstand allebei een tijdlang nodig hadden. Het was een soort overgangsritueel. Uiteindelijk is het ook een coming of age verhaal. Ik ben door deze hele ervaring losgekomen van mijn moeder. En zij is ook wat meer losgekomen van ons. Vroeger dacht ik bij alles: ik moet mijn moeder bellen. En nu weet ik: ik kan zonder, maar ik vind het leuker met.’ 

Interview: Marijke Verduijn

Lees ook het verhaal van Marthes moeder Trudy

In hun gezamenlijke podcast interviewden Trudy en Marthe mensen van wie de moeder is overleden, stelde Marthe haar moeder vragen en blikten ze terug op hun leven van vroeger. In die laatste bespraken ze de huisregels die vroeger bij hen golden. Zoals: na tien uur ’s avonds los je geen problemen meer op. Het is te laat, ga nu eerst maar lekker slapen. Een andere regel was: wie uit contact gaat, is aan zet. Dus als iemand behoefte heeft aan een pauze in het contact, is het aan diegene om weer terug te komen. Marthe: ‘Die gesprekken dateren van vóór de pandemie, maar tijdens onze toenadering konden we daar wel op teruggrijpen.’