//= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-regular-400.woff2' ?> //= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-solid-900.woff2' ?> //= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-light-300.woff2' ?>
Ze zijn nét en bijna 40, 15 jaar samen en 9 jaar getrouwd en wonen in een oud boerderijtje. Een heerlijke plek voor hun zoons Daan (6) en Lucas (4), kat, kippen en tot voor kort twee honden. En sinds een paar maanden soms ook voor Joël, een klasgenootje van Daan, van wie de ouders even in een lastig parket zitten. ‘Hoe leuk en mooi zou het zijn als hij de komende twintig jaar regelmatig blijft komen aanwaaien.’
Jasmijn: ‘Ik had wel eens iets gelezen over Buurtgezinnen. Dat koppelt een gezin dat hulp nodig heeft aan een steungezin in de buurt. Zo hopen ze te voorkomen dat problemen groter worden en zorgen ze dat kinderen in hun eigen buurt kunnen blijven. Ik dacht: oh, wat prachtig!
Ik was altijd al geïnteresseerd in zorg voor kinderen. In mijn werk kom ik gezinnen tegen waar speciale zorg en soms pleegzorg nodig is. Dat grijpt me altijd weer aan. Toen ik de oproep van Buurtgezinnen zag, dacht ik: wat is dit mooi laagdrempelig en dichtbij. Maar er stond ook bij dat het vaak om weekendopvang gaat en dat zijn juist onze vrije dagen. We hebben een jong gezin en je moet je eigen gezin en elkaar niet uit het oog verliezen. Maar ik dacht wel: dit ga onthouden.
En toen raakte ik op school in gesprek met de intern begeleider, die vertelde dat sommige kinderen daar wel wat extra hulp kunnen gebruiken. Ik zei heel spontaan: “Je mag ons altijd vragen.” Toen vertelde ze dat Buurtgezinnen hulp zocht voor een klasgenootje van Daan. Met name in het weekend. Maar ze zei erbij: “Het mag ook incidenteel. De ouders zitten op dit moment echt in een lastig parket. Al zou hij na schooltijd maar één middag vast bij iemand kunnen spelen – dat zou al heel fijn zijn.”’
Ze wisten nog niet om wie het ging, maar ook Tom was positief. ‘Dit paste veel beter in ons leven. De jongens nemen al regelmatig een vriendje mee uit school en als je op die manier iemand kan helpen … We vroegen ons nog wel af of het uitmaakt dat het een klasgenootje is. Misschien gaan ze elkaar op een gegeven moment wat minder goed liggen. Maar moet je daarvan uitgaan?’
Jasmijn: ‘Toen we wisten om wie het ging, wilde ik wél weten of Daan wel met hem zou willen spelen. Dus ik vroeg Daan met wie hij wel eens had afgesproken. En op een gegeven moment noemde ik ook Joëls naam. “Nee”, zei Daan. “Daar heb ik nog nooit mee gespeeld. Dat kan ik morgen wel eens doen.” “En hoe zou je het vinden als hij wat vaker mee zou gaan?” “Oké, leuk. Mag ik nu buiten spelen?”’
Eerst werd de match voorgelegd aan de ouders van Joël, die positief reageerden. En toen kwam Buurtgezinnen ook bij Tom en Jasmijn thuis. Jasmijn: ‘Dat vond ik best spannend. Het voelde toch als een sollicitatiegesprek. In de vraagstelling stond wat informatie over het gezin – en over waar zij soms moeite mee hebben in de opvoeding. Maar ik heb geen pedagogische opleiding, dus ik vroeg: “Waar moet ik eigenlijk aan voldoen?” Het antwoord was: “Doe gewoon wat je altijd doet.”
In de praktijk bleek het nog niet zo eenvoudig: de buitenschoolse opvang en zwemles van Joël vielen precies samen met de vrije middagen van Tom en Jasmijn. ‘Het paste alleen op vrijdag, maar we kiezen er bewust voor het niet elke vrijdag te doen.
Het oorspronkelijke idee was om de week, maar we zijn begonnen met één keer per maand. Ons gezin is in balans en dat willen we graag zo houden. En wat ons betreft is dit voor langere tijd. Daarom gaan we er rustig in. En we zien hem natuurlijk bijna elke schooldag. Dan komt hij ons regelmatig even een knuffel geven. Hij is zo lief. Hij is ook al een dag mee geweest in de vakantie en we hebben zijn ouders gevraagd of we hen zouden helpen hem in te schrijven voor zomerkamp. Dat geeft ook weer wat ruimte.’
Het contact met de andere ouders liep aanvankelijk via een app die was aangemaakt door Buurtgezinnen. Inmiddels stemmen ze rechtstreeks af. ‘De eerste twee keren kwam z’n moeder hem aan het eind van de middag halen. Inmiddels brengen wij hem na het eten thuis. Het is zo makkelijk dat het in de buurt is.
De ouders zijn er heel open over dat ze wel wat hulp kunnen gebruiken. Als ze al een drempel voelden, hebben ze die heel snel geslecht. Ik weet niet of dat bij andere ouders ook zo is, maar zij vonden het fijn om hun verhaal te kunnen delen. En Buurtgezinnen maakt heel duidelijk dat we allemaal wel eens even hulp nodig hebben.
Buurtgezinnen blijft één, maximaal twee jaar betrokken. Binnenkort evalueren we in een eerste gezamenlijk gesprek hoe het tot nu toe voor iedereen is.
In het begin vond Daan het best vreemd dat Joël wel bij hem kwam spelen, maar niet andersom. Toen hebben we uitgelegd dat Joëls ouders juist wat hulp en rust kunnen gebruiken. Dat het niet gewoon spelen is, maar meer een soort oppassen. En voor de verjaardag van Joël zijn ze samen ergens naar toe gegaan en was het dus omgekeerd.
We hebben ons ook wel afgevraagd hoe het voor Joël zou zijn, maar hij vindt het heel leuk: “Volgende keer gaan we dít doen, hè?”
We leren hem steeds beter kennen. Op Daans verjaardagsfeestje had Joël ruzie met een ander vriendje en zat hij daarna ergens te huilen. Ik deed net een spelletje, maar Tom ging naar hem toe. Ik keek al even: heb je hulp nodig? Maar ik kreeg een duim omhoog. Tom zat een tijd te praten en legde uit dat je ergens best boos over mag worden. En dat je, als je boos bent, soms ook heel verdrietig kan worden. Joëls eigen ouders praten daar niet zo over en het was heel fijn dat Tom er wat meer tijd aan kon besteden.
Vorige week is onze laatste hond ingeslapen. Ik had een filmpje gemaakt waarop je zag dat hij in slaap was. Zo konden de kinderen een beetje begrijpen wat er die ochtend tijdens schooltijd was gebeurd. We waren natuurlijk allemaal verdrietig. Joël was die middag ook bij ons. We hadden wel even nagedacht of dat nou handig was of niet. Maar we dachten: hij mag ook wel zien dat wij verdrietig zijn. Hij zei: “Ah, wat jammer. Ze was zo lief!”
Zo zullen we vast wel meer dingen tegenkomen, maar hij is heel makkelijk in de omgang. Heel zacht, heel lief. Ik voel ook echt al een andere band dan met andere klasgenootjes. Hij hoort er gewoon bij.
We hopen echt dat het voor lange tijd is.
Als dit ooit vervaagt, omdat het niet langer nodig is, is dat natuurlijk ook prima, maar we zeiden pas nog tegen elkaar: wat zou het toch fijn zijn als hij dit een fijne plek vindt om heen te gaan. Niet omdat Daan een vriendje is, maar omdat hij het bij ons fijn vindt. Hij heeft het thuis ook heel fijn. Maar hoe leuk en mooi zou het zijn als hij de komende twintig jaar regelmatig blijft komen aanwaaien.’
Interview: Marijke Verduijn
Stichting Buurtgezinnen koppelt gezinnen die het moeilijk hebben aan een stabiel steungezin in de buurt. Zo wil Buurtgezinnen voorkomen dat problemen in gezinnen verergeren en eraan bijdragen dat kinderen in hun eigen gezin kunnen (blijven) opgroeien.