//= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-regular-400.woff2' ?> //= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-solid-900.woff2' ?> //= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-light-300.woff2' ?>
Ja, natuurlijk kent Simon van der Geest de angsten die automatisch meekomen met het ouderschap. En de behoefte om je kinderen dichtbij je te houden. Maar je moet die angst afwegen. ‘Ik hoop dat ouders begrijpen wat vrijheid voor een kind betekent.’
In elk van de meer dan tien boeken die Simon van der Geest schreef, wil hij kinderen iets anders meegeven. Iets waar hij zich op dat moment mee bezig houdt, zich zorgen over maakt of enthousiast van wordt. ‘Waar ik nu veel mee bezig ben en wat ik kinderen echt wel wil meegeven is: wees niet bang, wees dapper, ga je eigen dingen doen, zoek de randjes op.
Ik schrijf voor kinderen. En in tweede instantie voor ouders, die mijn verhalen voorlezen of ze zelf lezen. Ik hoop dat ouders begrijpen wat vrijheid voor een kind betekent. En wat het kan betekenen om te mogen verdwalen. Ik begrijp de angst van ouders heel goed, maar vraag het aan kinderen: die willen spanning, angst, dat iets een beetje eng is, een beetje gek. Dat moeten we ze gunnen.
Ontdekkingsdrang zit van nature in elk kind. Die ontdekkingsdrang moeten we als ouders koesteren. Ik was laatst op een school, waar de kinderen een aangrenzend natuurgebied onderhouden. Dat is natuurlijk top, dat je van kinds af aan mee krijgt hoe je onderdeel bent van de natuur. Het is heel goed om dat kinderen al heel vroeg mee te geven. Maar ook in Vinexwijken zijn rare terreintjes waar je goed kan klooien. Buiten zijn levert kinderen zoveel op: fysieke ontwikkeling, het ontwikkelen van durf: durf ik nieuwe dingen te onderzoeken, nieuwe wegen in te slaan?
Durf ook als ouder wat meer risico te nemen en gun het je kinderen dat ze af en toe op hun bek mogen gaan. Daar leren ze heel veel van. Als je nooit eens een keer in je eentje iets hebt moeten oplossen, nooit bent verdwaald, of nooit een groot probleem zelf onder ogen hebt moeten zien, dan krijg je het pittig als je op eigen benen komt te staan.
Ik heb mazzel gehad. Ik woonde oorspronkelijk in een rijtjeshuis in Gouda, maar daar klooide ik ook al dagenlang met andere kinderen uit de buurt. Het gebied waar ik mijn eigen gang kon gaan, was in mijn beleving best groot.
Op m’n zesde zijn we verhuisd naar het platteland. Daar was de actieradius nog veel groter. Ik speelde vaak bij klasgenootjes op de boerderij. Mijn ouders zeiden wel: “Je moet daar en daar een beetje uitkijken”, maar in mijn beleving mocht ik best lange stukken alleen fietsen. M’n kleine broertje fietste regelmatig in de sloot – dan kwam hij weer druipnat thuis. Maar daar leer je ook van. Het is wel belangrijk dat je kan zwemmen.
Op mijn achttiende ben ik een jaar lang in m’n eentje naar het buitenland geweest. Dat was geweldig en af en toe ook heel eenzaam. Maar het heeft me ook onwijs veel gebracht. Ouders kunnen kinderen heel veel meegeven, maar heel veel moeten kinderen ook van anderen leren.
Mijn kinderen zijn nu 13 en 16. Ze vliegen over een paar jaar uit en ik vraag me regelmatig af of ik ze genoeg heb meegegeven om ze dan op eigen benen te laten staan. Dat is altijd een dilemma. Als mijn zoon van 13 naar de skatebaan gaat, roept mijn vrouw: “Doe je voorzichtig?” Dat zeggen we als ouders zó standaard. Ik heb het ook op m’n lippen. Maar ik roep dan soms: “Doe maar niet voorzichtig! Anders leer je dat nieuwe trucje nooit, of leer je nooit Indroppen.”
Ik zeg wel: “Doe nou die beschermers aan. Dan kun je tenminste goed vallen.”
Mijn dochter gaat vanaf haar twaalfde alleen met de trein naar oma, met overstappen en al. Ik ben haar dat rond haar tiende, elfde gaan leren. Zij moest uitzoeken welke trein we moesten hebben. Ik ging wel mee, maar ik zei niks. Ik weet nog dat we een van de eerste keren al in de coupé zaten en ze opeens vroeg: “Is dit de goede?” “Nee”, zei ik, “dit is niet de goede.” We konden er nog net op tijd uitspringen.
De keren daarna ging ik in een andere coupé zitten. En daarna ging ze alleen. Dat ging een keer mis, natuurlijk. Toen belde ze: “Ik ben vergeten uit te stappen!” Dat los je dan samen op. Dan is zo’n telefoontje wel handig. Nu draait ze er haar hand niet meer voor om. Ik vind het fijn dat we haar dat hebben meegegeven.
In mijn boeken zet ik ouders graag op een afstandje. In het echte leven zijn ouders altijd dichtbij, maar in mijn boeken wil ik kinderen graag laten zien: je kan het wel. Je kan het ook alleen. Als je echt in de problemen komt, kun je het oplossen.
In Geel gras, mijn eerste boek, wordt een meisje wakker op de camping, waarna ze ontdekt dat haar ouders haar vergeten zijn. Wat doe je dan? Wat doe je, als je niet op je ouders kan leunen? Dan zijn er je vrienden, je broer, je zus of een huisdier. Je moet op elkaar kunnen bouwen, samen plannen kunnen smeden en de slechteriken om de tuin kunnen leiden. Dit meisje loopt in zeven sloten tegelijk, maar ze komt ook heel ver. In een verhaal kan dat heel mooi. Mijn boeken gaan om de ruimte die kinderen voelen of nemen.
In Hart van staal, een boek dat in de toekomst speelt, zijn de rollen zelfs omgekeerd. Daar zijn de kinderen de sterkste. Als ze op een nacht ontdekken dat hun ouders met hun ogen open slapen en dat er blauw licht uit hun oren komt, beginnen ze te vermoeden dat het robots zijn die de plek van hun echte ouders hebben ingenomen. En dan gaan ze op zoek naar hun echte ouders om die te bevrijden. Daar worden de kinderen de grote helden en zijn de ouders afhankelijk van hen. Ik vond het heel leuk om die omkering een keer te doordenken.
Ja, natuurlijk. Die angst is verschrikkelijk. Enorm. Tell me about it. Er is niks ergers dan dat je kind iets is overkomen omdat jij nalatig bent geweest. Maar zie het in verhouding. Het is te makkelijk om te kiezen voor altijd veilig, een kussentje eronder zodat het niet hard valt. Pijn hoort ook bij het leven. Dus – hoe verschrikkelijk ook – je moet je niet laten bepalen door die 0,000001 kans dat het mis gaat.
Er zijn natuurlijk manieren om in de buurt te blijven: op een afstandje staan, om een hoekje kijken. Maar gun ze alsjeblieft hun vrijheid en hun ruimte. Ik hoop dat ouders door het lezen van mijn boeken vanuit het kind begrijpen wat die vrijheid biedt.’
Interview: Marijke Verduijn
Foto: Renske Derkx
Simon van der Geest schrijft kinderboeken en -poëzie en theaterstukken, soms geïnspireerd op klassieke- of Bijbelverhalen. Zo speelt vanaf 20 december zijn jeugdopera De Bremer Straatmuzikanten (8+), met Holland Opera. Tijdens de Paasdagen speelt zijn Zapp Mathheüs (8+), een bewerking van de Matthäus-Passion, met Capella Amsterdam. Hij kreeg twee keer een Gouden Griffel voor het beste Kinderboek. In 2013 voor Spinder, een roman over de strijd tussen twee broers. En in 2011 voor zijn Odyssee-bewerking Dissus – geïnspireerd op de verdwaaltochten in weilanden die hij als kind maakte. Zijn nieuwste dichtbundel is Plassen op schrikdraad.