//= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-regular-400.woff2' ?> //= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-solid-900.woff2' ?> //= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-light-300.woff2' ?>
Scarlet Hendrickx-van Stokhem is pedagoog en moeder. Ze ziet hoe kinderen emotioneel groeien als ze woorden kunnen geven aan hun binnenwereld, en zo leren omgaan met hun eigen gevoelens en die van anderen. ‘We reageren heel vaak op het gedrag dat we zien, maar dat is het topje van de ijsberg. Daaronder zit een veel groter stuk en dat zijn heel vaak behoeftes die kinderen zelf nog niet kunnen verwoorden.’
Ik loop in mijn eigen gezin natuurlijk ook tegen dingen aan, maar dit boek komt inderdaad vooral voort uit mijn werk als pedagoog. Ik werk op een naschoolse behandelgroep voor kinderen met een taalontwikkelingsstoornis en sociaal-emotionele problemen. Sommige kinderen krijgen van huis uit niet mee om open te praten over wat ze ervaren. Wij helpen hen bij hun gevoelswereld te komen en daar woorden aan te geven. Want als je je emoties nauwelijks kent en ook jezelf nauwelijks kent, is het lastiger om met andere kinderen om te gaan, en om überhaupt te leren.
Bij jongens is het soms anders dan bij meisjes, maar alle kinderen die moeite hebben met hun emoties trekken een muurtje op. Ze harnassen zich. Sommige kinderen verbijten en onderdrukken hun emoties. Anderen vertonen clownesk gedrag. Weer anderen gaan pesten. Dat gedrag heeft vaak te maken met emoties die niet worden benoemd. Maar als je goed naar hen kijkt, kun je echt zien dat iets hen raakt.
Ik had eens een aantal gesprekken met een jongen die pestgedrag vertoonde. Ik kwam erachter dat hij eerder, op een andere school, zelf gepest was. Hij was zich aan het wapenen.
Een andere jongen had ruzie gekregen met zijn vrienden, doordat hij hen had uitgescholden via de app. Heel onhandig. Op een gegeven moment vroeg ik: “Ik heb iets gehoord over hoe het thuis is. Ik kan me voorstellen dat dat niet zo makkelijk is.” Toen moest hij opeens heel erg huilen. Dat brak echt iets open. Niet dat hij daarna gelijk poeslief reageerde op alles, maar hij was wel even bij zijn gevoel geweest.
We reageren heel vaak op het gedrag dat we zien, maar dat is het topje van de ijsberg. Daaronder zit een veel groter stuk en dat zijn heel vaak behoeftes die kinderen zelf nog niet kunnen verwoorden.
Ik zie dat verbijten van emoties ook bij meisjes. Meisjes die niet leren om op een gezonde manier boos te mogen zijn of hun grenzen aan te geven, leren zich heel erg in te houden. Sommigen gaan heel erg pleasen, of juist heel snel huilen.
En die verbinding ontstaat wanneer een kind zich emotioneel veilig voelt – gezien, gehoord en begrepen. Als een kind zich gezien, gehoord en begrepen voelt, kan het zich echt ontplooien. Een kind moet kunnen geloven: ik ben van binnen goed, ook al gedraag ik me niet goed. Het is ongelofelijk belangrijk dat volwassenen hun best doen om kinderen dat gevoel te geven. Natuurlijk kan je als ouder best wel eens denken: ik vind dat kind even niet leuk. Maar uiteindelijk ….
Ik zie twee uitersten. Aan de ene kant is er de gentle parenting stroom: ouders die de gevoelens van hun kind heel serieus nemen, uit angst hen anders te schaden. Nu denk ik dat het heel goed is de emoties van kinderen serieus te nemen, maar gentle parenting ouders geven soms geen grenzen aan. En kinderen hebben grenzen nodig. Je moet ze wel begeleiden.
Aan de andere kant is de manosfeer in opkomst. Daarbij worden jongens opgevoed om dominant, hard en onaardig te zijn, want dat hoort bij een man. Dat is een onmenselijk beeld dat we jongens opleggen, waardoor ze later echt issues gaan krijgen.
Maar het hoeft niet zo extreem te zijn. Het komt nog steeds voor dat ouders tegen een jongen zeggen: “Ga je nu huilen? Je bent toch geen meisje!” Of dat ze het uiten van emoties aan banden leggen: “Dit doen wij hier niet.” Zo geven ze hun kinderen, bewust of onbewust een bepaald beeld mee van mannelijkheid: niet huilen, ‘dapper’ zijn, niet praten over gevoelens.
Ja, het is heel belangrijk dat ouders ook naar hun eigen gevoelens en gedachten kijken – juist als het opvoeden moeilijk of uitdagend is. Wat heb je van huis uit meegekregen? Wat vind je zelf belangrijk? Waarom vind je bepaalde momenten moeilijk, wat zijn je triggers? Zou dat te maken kunnen hebben met wat in jou en je verleden ligt? En hoe kun je hier rekening mee houden?
Vaak vind je juist die dingen moeilijk in je kind, waar je zelf niet geleerd hebt om mee te gaan. Een kind opvoeden is een hele grote verantwoordelijkheid. Ik ben zelf pedagoog en heb best wel de nodige kennis, maar soms voelde het ook best pittig.
Ik zag in mijn werk hoe knellend dat harnas van “sterk zijn” kan zijn. Naarmate ik meer kennis opdeed over de waarde van het benoemen van emoties, dacht ik vaker: dit is toch basiskennis voor iedere ouder? Wat zou het gaaf zijn als hier ook een kinderboek over is. Toevallig ontmoette ik kort daarna een uitgever en die zag het ook wel zitten.
Er zijn heel veel kinderboeken over stoere personages. Ook wel over kwetsbare, maar ik wilde dat heel graag samen brengen: kracht en kwetsbaarheid samen. Kracht en kwetsbaarheid kunnen namelijk heel goed samen gaan. Het benoemen van emoties is een kracht.
Het boek gaat over riddertje Ruben, die ’s morgens meteen z’n harnas aan moet. Dat zit in kleine dingen, een opmerking van zijn vader, bijvoorbeeld: wees eens dapper. Op een gegeven moment wil Ruben zijn harnas niet meer aan, maar zijn ouders wimpelen dat idee meteen af. Ik vind het heel belangrijk dat er in de opvoeding ruimte is voor gesprek: vertel eens – waar heb je zo’n last van?
Die vraag en die erkenning maken dat kinderen weer door kunnen. Veel volwassenen denken dat als je hun emoties gaat benoemen, ze er nog langer in blijven hangen. Dat is niet mijn ervaring. Je moet er wel geduld mee hebben.
Als je niet leert om je gevoelens te herkennen, kun je verkeerde mechanismes ontwikkelen. Bijvoorbeeld heel erg ontploffen als je boos bent.
Je moet woorden hebben om je gevoel te herkennen. Het is aan ons om aan het vocabulaire van onze kinderen emotiewoorden te voegen. Om een poging te doen hun emoties voor hen te verwoorden en dan te checken of dat klopt. Je kan dat aan kinderen zien: dit ís het.
Een soort opluchting in hun lichaamshouding. Een overgave. Je ziet rust en zachtheid terugkomen. Soms gaat een kind zachter praten.
Zeker. Neem jaloezie. Wij volwassenen keuren dat vaak af, maar het is een heel gezonde emotie. Ik ging met mijn kinderen wel eens cadeautjes kopen voor een ander kind. Dan kan je van tevoren bespreken: “Dit kan moeilijk zijn. Je mag in de winkel natuurlijk zeggen wat jij ook graag zou willen hebben, maar we gaan het nu niet kopen.” Dat we dat zo open bespraken, maakte dat mijn oudste dochter op een gegeven moment kon zeggen: “Nu ben ik even jaloers.”
Of neem boosheid. Soms gaan kinderen in de supermarkt op de grond liggen krijsen. Dat wekt vaak ergernis. Maar kinderen die hun emoties nog niet onder woorden kunnen brengen, uiten ze vaak fysiek. Daarom zo belangrijk dat we ze helpen de woorden te vinden.
Ja, dat vond ik zo’n verdrietig beeld. Hij liep zo stoer met haar mee, maar je zag hem van binnen breken. Het moet ontzettend pijn doen dat je vertrouwenspersoon je aan je oor trekt en vernedert. Dan kan je uit zelfbescherming een heel sterk harnas gaan bouwen.
Ik wil de frustratie van die moeder niet veroordelen, want het lijkt me ontzettend moeilijk als je kinderen elkaar zo in de haren zitten. Maar uiteindelijk leert dit kind dat dominantie altijd wint.
Een harnas kan soms nuttig zijn. Er zijn momenten waarop bescherming en een bepaalde hardheid je even kunnen dienen. Je moet wel weerbaar zijn en je hoeft niet over je heen te laten lopen. Het is heel belangrijk dat je je grenzen aan kunt geven.
Ik denk dat dat altijd een spanningsveld en een zoektocht is: je grenzen aangeven, dus jezelf niet voorbij gaan en een ander niet schaden. Maar je kunt je kinderen helpen met leren bij zichzelf te blijven en aan te geven dat ze iets niet prettig vinden zonder anderen pijn te doen. Dat is een harnas met een rits.
Interview: Marijke Verduijn
Foto: Ingrid Schauwen
Riddertje Ruben en het harde harnas, met illustraties van Matia Heesakkers. 2026. € 20,95
Scarlet Hendrickx-van Stokhem is pedagoog en eigenaar van taf-opvoeding.nl Haar blogs zijn onder meer te lezen op How about mom.