//= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-regular-400.woff2' ?> //= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-solid-900.woff2' ?> //= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-light-300.woff2' ?>
Regisseur Mees Peijnenburg wilde al heel lang een film maken over een gezin dat uit elkaar valt. En dan niet vanuit het perspectief van de ouders, maar van de kinderen, want die worden vaak over het hoofd gezien. En nu is er zijn tweede speelfilm: A Family, over drie weken in het leven van puber Nina en haar broertje Eli. Wat wilde hij vooral laten zien? ‘Ik maakte als kind zelf een scheiding mee. De film is ook een onderzoek naar waar ik toen zelf naar op zoek was en waar ik nog steeds naar op zoek ben. Als de grond onder je voeten wegzakt, zijn we allemaal op zoek naar emotionele veiligheid.’
A Family laat zien hoe Nina en Eli zich, gevangen in de vechtscheiding van hun ouders en verscheurd door loyaliteit, woede en het verlangen om gezien te worden, steeds meer terugtrekken in hun eigen wereld. In het eerste deel volgen we Nina, in het tweede Eli.
Nina probeert de schijn op te houden terwijl ze langzaam onder de oppervlakte verdrinkt. De voor de hand liggende portrettering zou een felle, schreeuwende, opstandige tiener zijn geweest: een beeld dat we al vele malen eerder hebben gezien. In plaats daarvan werd ik aangetrokken door haar kwetsbaarheid: het internaliseren, onderdrukken en uiteindelijk de onvermijdelijk uitbarsting. Die stille verstikking voelde voor mij intiemer, indringender en uiteindelijk ook aangrijpender. Je verwacht dat de woede zal ontploffen; in plaats daarvan wordt Nina’s adem geleidelijk weggenomen, letterlijk én figuurlijk.
Eli zit op de scheidslijn van kind naar tiener. Hij beweegt met alle winden mee en probeert het voor iedereen goed te doen. Maar daardoor verliest hij zichzelf. Zijn angst uit zich in verwoede pogingen om de gemoederen in het gezin te temmen. Hij wil alles en iedereen bij elkaar houden. Hij denkt niet aan zichzelf en precies daarom raakt uit beeld wat er met hemzelf gebeurt.
Ja, wij kiezen er bewust voor om in de film te kijken naar waar de ouders niet naar kijken. Bijvoorbeeld, op een gegeven moment moet Eli van zijn vader doen alsof hij ziek is, zodat zijn moeder hem niet kan meenemen. Terwijl je zijn ouders op de achtergrond in de weer hoort met elkaar en met een thermometer, blijven wij naar Eli kijken.
De ouders, gespeeld door Carice van Houten en Pieter Embrechts, zijn geworteld in wanhoop en gedreven door de angst om alles om hen heen te verliezen. Ze worden bang, en bange mensen maken angstige keuzes. Ik veroordeel hen niet om hun onvolkomenheden. Ik begrijp hun hardheid, hun ongeduld, hun momenten van emotionele intensiteit. Dit gedrag komt voort uit paniek, niet uit wreedheid. Bovenal voel ik met hen mee: hun pijn, hun angst en de wanhoop van het proberen vast te houden aan iets dat al tussen hun vingers door glipt.
Het is liefde die een andere kleur heeft gekregen. Je bent zo intiem geweest. Iemand heeft je zo goed gekend. Dat maakt heel kwetsbaar. En als dat dan door je vingers glipt, komt dat zo keihard aan dat het je helemaal uit elkaar drijft.
Ik denk dat de ouders vaak nog zo in hun eigen angst, wanhoop en verdriet zitten. Ze zitten nog gevangen in hun cocon. Dat is heel menselijk. We wijzen in de film ook bewust geen schuldige aan. De film gaat niet over het waarom van de scheiding, maar over het hoe.
Ik wilde al heel lang een film maken over een gezin dat uit elkaar valt. Ik onderzocht verschillende familiedynamieken: hoe beïnvloedt een scheiding alle verschillende gezinsleden? Welk proces doorloopt ieder persoon? Hoe komen ze er aan de andere kant uit, en waar is iedereen werkelijk naar op zoek? Mijn ouders gingen uit elkaar toen ik jong was. Het was ook een onderzoek naar: waar was ik zelf naar op zoek? En waar ben ik nog steeds naar op zoek? Als de grond onder je voeten wegzakt, zijn we allemaal op zoek naar emotionele veiligheid.
Ja, die bepaalde eenzaamheid en de zoektocht herken ik. Maar toen ik het idee deelde met mijn producent Iris Otten en mijn co-schrijver Bastiaan Kroeger, herkenden zij het ook meteen. En heel veel mensen blijken zich erin te herkennen. Dus het begon bij mijzelf, maar het is een verhaal geworden van heel velen.
Met heel veel.
Hoe enorm kwetsbaar, eenzaam en verloren ze zich voelden en soms nog voelen. Maar de film wil ook laten weten: je bent niet alleen. En dat is heel troostrijk.
Ja, altijd weer die weekendtas. Die weekendtas staat voor hun eigen kleine universum. In die weekendtas bouw je je eigen leven dat je elke week meeneemt. Je moet steeds verhuizen, maar je probeert de dingen die belangrijk voor je zijn bij je te houden. Die pak je weer in en weer uit. Je verplaatst je huis, je eigen kleine omgeving, maar dan blijk je toch je schoolboek weer vergeten, of je lievelingsbroek.
Ja, Nina denkt: het is jullie probleem, niet het mijne. Ik wil er niks mee te maken hebben. Daarbij zet ze ook Eli aan de kant. Maar Eli wil alle partijen bij elkaar houden. Daardoor verliezen ze elkaar. Ik wil het einde niet weggeven, maar er is nog een derde deel. De kinderen gaan wel door met z’n tweeën. Die hoop was voor mij de basis. Ze verliezen elkaar voor een moment, maar ze komen erachter dat ze, ook al hebben ze de woorden en handelingen er nog niet voor, wel naar hetzelfde op zoek zijn. Ze komen erachter dat ze door dezelfde eenzaamheid gaan.
Ja, mijn zus en ik hebben samen menige storm bevochten en doorstaan - ook los van de scheiding. Ik ben heel dankbaar voor de mensen om me heen en mijn zus is daar een van de belangrijkste in. Ik zou iedereen willen aanraden om die dierbare mensen om je heen geregeld op te bellen, te bezoeken en ze een knuffel te geven – dat kunnen we allemaal goed gebruiken.
Weet dat je kind een magische liefde voor je heeft. Het voelt een enorme loyaliteit: het zal je nooit willen teleurstellen. Dus stel je kind niet voor keuzes waarvan je weet dat het er geen antwoord op heeft.
Veel mensen ervaren de film als troostrijk en helend, omdat ze zichzelf erin herkennen. Ik zou nooit aanraden om een liefdeloos, pijnlijk of gewelddadig huwelijk bij elkaar te houden ‘omwille van de kinderen’. De scheiding zelf is niet het probleem. Liefde verandert, mensen veranderen. Voor mij gaat het er niet om waaróm je uit elkaar gaat, maar alles om hóe je het doet.’
Interview: Marijke Verduijn
Foto: Cinéart
A Family – met Carice van Houten, Pieter Embrechts, Finn Vogels en Celeste Holsheimer – draait in het hele land. De tweede speelfilm van Mees Peijnenburg ging in première op het Filmfestival Berlijn en kreeg daar een Special Mention in de sectie Generation.