//= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-regular-400.woff2' ?> //= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-solid-900.woff2' ?> //= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-light-300.woff2' ?>
Het is vaak hard werken en soms is het echt zwaar, weten Dorien, Camille, Lisa en Shanice. En het vak moet je wel liggen. Maar het is ook dynamisch en echt teamwork. En het is heel mooi om iets te kunnen betekenen als mensen op hun kwetsbaarst zijn. ‘Ik vind het heel erg fijn om voor mensen te zorgen en dat doe je hier elke dag.’
Ze zaten met z’n vieren bij Heldin. Een film over een verpleegkundige die er ’s nachts alleen voor staat, omdat er geen vervanging te vinden is voor haar zieke collega.
Aan hun reacties kon je horen dat ze veel herkenden. De werkdruk. De lastige patiënt. De patiënt die je extra aan het hart gaat. De soms veeleisende familie. ‘En je zag ook iets van haar privéleven’, zegt Shanice. ‘Als daar spanningen zijn, of iets mis gaat, moet je op je werk toch functioneren.’
Ze werken alle vier op de recovery, de uitslaapkamer. En ze gingen samen naar deze film, omdat de hechte band met je collega’s een van de mooie dingen is van hun beroep. ‘Je weet waar iemands kwaliteiten liggen en in acute situaties weet je wat je aan elkaar hebt.’
Camille: ‘Ik wist niet zo goed wat ik wilde. Maar ik was altijd heel zorgzaam en m’n moeder dacht dat de zorg echt iets voor mij zou zijn. Ik ben heel blij dat ze dat zei. Ik vind het heel erg fijn om voor mensen te zorgen en dat doe je hier elke dag.’
Lisa bedacht zelf dat verpleegkunde wel iets voor haar zou zijn. Ze keek graag ziekenhuisseries over de Spoedeisende Hulp: een spannende en onbekende wereld. Maar bij haar eerste stage – in een verpleeghuis – vroeg ze zich af of het wel iets voor haar was. ‘We gingen als eerste naar iemand die helemaal naakt in bed lag. Je bent 18. Je hebt nog nooit iemand naakt gezien. En ook niet hoe ze er soms bij liggen. Dat maakte heel veel indruk. Maar het tweede jaar liep ik stage in het ziekenhuis en toen merkte ik dat het een heel goede keus was. Dus ik ben blij dat ik het heb doorgezet.’
Voor Dorien was het niet de eerste keus. ‘Ik heb m’n oma verzorgd en de zorg zat wel altijd in m’n achterhoofd, maar toen ik 18 was, vond ik mezelf te jong. Na mijn opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening werkte ik een tijdje in de horeca, maar op m’n 23e besloot ik toch verpleegkunde te gaan doen. En dat bleek een hele goede keus.’
En Shanice studeerde eerst Toegepaste psychologie. ‘Maar toen ik afstudeerde, was ik nog erg jong. Ik wilde graag doorstuderen en zocht de kortste weg naar een baan in de psychiatrie. In België bleek er een verkorte opleiding te zijn, via verpleegkunde. En dat bleek ik heel leuk en dynamisch te vinden.’
De recovery is supergevarieerd: er liggen kinderen, honderdplussers en alles er tussen in. Junkies, gevangenen en BN’ers. En heel veel echte Amsterdammers. Lisa: ‘Soms heb je heel mooie gesprekken. Mensen zijn hier kwetsbaar. Iedereen is zenuwachtig. Dat is logisch: iedereen kijkt tegen de operatie op, je krijgt een infuus, je moet je controle uit handen geven. Dat is allemaal wel pittig.’
Dorien: ‘Het contact met patiënten is hier veel korter dan op de afdeling, maar je kan in die korte tijd echt iets voor iemand betekenen. Dat merk je als mensen je bij het weggaan bedanken.’
Die dankbaarheid is voor Camille een van de mooiste dingen van het werk. ‘En dat je iemand die heel zenuwachtig is, gerust kan stellen en ziet dat dat werkt. Vaak hebben we daar tijd voor – soms niet.’
Soms zijn er mensen bij wie het contact wat moeizamer verloopt. ‘Ik vind het een uitdaging om een manier te vinden waarop het wel gaat’, zegt Shanice. ‘De een houdt van humor, de ander is heel emotioneel en een derde wil het liever zakelijk houden. Ik vind het mooi om daar m’n weg in te vinden: kijken wat werkt voor iemand. En ik word blij als ik zie dat ik iemand echt hebt geholpen.’
Het is vaak hard werken, zeggen ze alle vier. Je moet de hele dag “aan staan”, snel kunnen schakelen en stressbestendig zijn. En je hebt niet elke dag zin om sociaal en empathisch te zijn. Lisa: ‘Bijvoorbeeld als je zelf je dag niet hebt en iemand moet verzorgen die extra energie vraagt. Dan is het wel zwaar om die extra moeite te doen, waar je normaal gesproken je hand niet voor omdraait. Maar dat moet wel en je doet wat je kan.’
Van toen ze nog op “de afdeling” werkten, herinneren ze zich de ongeduldige mensen. ‘Dan had je het heel druk’ zegt Camille, ‘en belden ze constant. Terwijl je vaak veel belangrijker dingen te doen had. En dan moet je aardig blijven.’ Lisa: ‘Sommige mensen gaan zodra ze in het ziekenhuis zijn, in hun bed liggen en doen zelf helemaal niets meer.’
Shanice noemt toch ook de agressie. Schelden, slaan, schoppen, bijten, krabben, spugen, dingen naar je toe gooien, bedreigen. ‘Zeker als je een personeelstekort hebt. Je moet wel een dikke huid hebben.’
Dorien: ‘En je hebt hele leuke familie, maar ook familieleden die van alles eisen en hun eigen mening willen doordrukken. Dan probeer je wel uit te leggen waarom we doen wat we doen, maar soms is dat lastig.’
‘Wij zijn niet degenen die de beslissingen nemen’, zegt Lisa, ‘maar wel degenen die ze moeten meedelen. Dat is soms wel zwaar. Dan zijn mensen boos op jou en hoor je hoe ze even later poeslief doen tegen de arts.’
Maar de mooie dingen overheersen – voor alle vier. Lisa denkt nog best vaak aan een vrouw die heel ziek was en naar een hospice zou gaan. ‘Ze was heel verdrietig en in het begin een beetje bot. Maar ik stond twee weken bij haar en heb heel veel met haar gepraat. Ik zag haar helemaal openbloeien en we hadden uiteindelijk een heel goede band.’
Dorien werkte lang bij vaatchirurgie. ‘Dat zijn vaak draaideurpatiënten, die vaak terug komen. Collega’s vonden het een moeilijke afdeling: “Die gaan meteen weer buiten staan roken.” Er lagen veel echte Amsterdammers, die elkaar daar steeds weer tegen kwamen. En wij kenden hen en hun familie ook heel goed. Dat vond ik mooi. Ik herinner me een patiënt die heel lang in het ziekenhuis moest blijven. Dan bouw je wel een band op. Ook met zijn vrouw, die er elke dag was. Ik weet nog hoe dankbaar ze waren dat het allemaal toch goed was afgelopen.’
‘Weet je wat ook positief is’, zegt Camille. ‘Je hebt altijd werk en je kan overal terecht. Mijn droom is om nog eens een keer in de zorg in Afrika te werken. Dat wil ik echt heel graag. Maar voorlopig is het op de recovery ook heel leuk. Elke dag is anders. Ik zou niet achter een bureau willen zitten.’
‘Ik denk dat je als team een hechtere band hebt dan als je op kantoor werkt’, valt Dorien haar bij. ‘Je deelt veel: dat is ook iets moois van dit werk. Soms krijg je heel complexe casussen; dat is leuk en spannend tegelijk. Maar je bent altijd samen en weet wat je aan elkaar hebt. En je wordt heel goed opgeleid. Dus je hebt wel veel verantwoordelijkheid, maar die kan je ook wel aan.’
Eigenlijk, concluderen ze, zijn mensen die in de zorg werken, gewoon heel leuk. ‘Echt wel mensenmensen.’ ‘Maar het moet je wel liggen’, zegt Shanice nog gauw.
Interview en foto: Marijke Verduijn
Foto: van links naar rechts Shanice, Camille, Dorien, Lisa.