//= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-regular-400.woff2' ?> //= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-solid-900.woff2' ?> //= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-light-300.woff2' ?>
Veel politieke besluiten over bijvoorbeeld pensioenen, klimaat, migratie en woningbouw hebben gevolgen voor toekomstige generaties. Volgens de Raad van State zou de politiek daar nadrukkelijker en structureler rekening mee moeten houden. En dat betekent niet alleen rekening houden met jongeren van nu, maar ook met kinderen die nog niet geboren zijn. Die boodschap draagt de Raad van State uit in zijn meest recente jaarverslag. Staatsraad Richard van Zwol: ‘Jongeren moeten kunnen vertrouwen op rechtvaardigheid over de grenzen van generaties heen.’
Heeft u zelf kinderen en maakt u zich zorgen over de komende generaties?
‘Nee, ik heb geen kinderen. Die ervaring heb ik niet. Maar dat betekent natuurlijk niet dat ik geen oog heb voor komende generaties. Dus als u vraagt: maakt u zich zorgen? Ja, ik maak me zorgen. Ook als ambtsdrager en als lid van dit instituut.
Wij zien dat de politiek, het bestuur, maar ook de media en maatschappelijke organisaties heel erg bezig zijn met het hier en nu. Dat is in de drukte van alle dag ook niet onlogisch, maar onze aanbeveling is bedoeld als een beetje tegendruk.’
‘Dat komt deels voort uit onze wettelijke taken. Een van die taken is dat wij de regering en het parlement adviseren over wetsvoorstellen. Veel wetgeving heeft impact op toekomstige generaties. Een wet over volkshuisvesting, het zorgstelsel of het pensioenstelsel gaat niet alleen over vandaag, maar bij uitstek ook over de komende decennia.’
‘Ja, maar wat betekent dat: het geld is op? Dat je nu niet investeert in dingen die daardoor over twintig jaar mislopen? Waardoor dan de belasting omhoog moet? Of dat je nu “strooit” met geld, waardoor de staatsschuld oploopt en je de rekening doorschuift naar de toekomst?
Dat is een lastige afweging. Het lijkt goed om nu zuinig te zijn, zodat je in de toekomst geld overhoudt. Maar als je daardoor nu weinig investeert in onderwijs of zorg, dan heb je daar later juist last van.’
‘Intergenerationele rechtvaardigheid gaat over de vraag of je de lasten en lusten een beetje eerlijk verdeelt over de verschillende generaties.’
‘Neem nu de vergrijzing. Ik vind dat een beetje een flauwe term, maar je weet dat er in 2040 een heel grote groep zestigplussers zal zijn en een relatief veel kleinere groep jongeren die voor hen zal moeten zorgen. Die jongeren kunnen daar echt wel een spanning gaan voelen en zich gaan afvragen: zorg ik voor de generatie boven mij of voor mijn eigen kinderen? En dan kan de afweging zijn: die oudere generatie heeft destijds zelf het stelsel verwaarloosd. Dus waarom zou ik nu wel solidair zijn met hen?’
‘Zeker. We noemen in ons jaarverslag een groot aantal initiatieven, ook op Europees en internationaal niveau. Jongeren zijn bijvoorbeeld actief in burgerberaden, er zijn toekomstambassadeurs, die adviseren over bijvoorbeeld water en aanpassingen aan het veranderend klimaat. En zo zijn er zeker meer initiatieven, maar veel ervan zijn nog wel in een pril stadium en ook vaak wat vrijblijvend. En het is vaak nog niet zo makkelijk om ze te koppelen aan het beleid van de overheid.’
‘Ja, we leggen dat op tafel, omdat we vinden dat je er ten minste over moet nadenken. Het moet geen symboolpolitiek zijn. We weten natuurlijk dat voor een grondwetswijziging veel nodig is en dat het zeker niet heel snel zou gaan.’
‘Nee, dat klopt. Veel landen hebben een hele nieuwe grondwet opgezet na de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse Grondwet is relatief oud en in vergelijking met andere landen van oudsher ook wat terughoudend en sober vormgegeven.’
‘Nou, wij kunnen er ook nu al aandacht voor vragen of er in wetsvoorstellen wel voldoende rekening wordt gehouden met toekomstige generaties. En dat doen we ook regelmatig in onze adviezen. Dus we staan daarbij nu niet met lege handen, maar we willen het debat met de wetgever wel aan of we niet met wat vollere handen kunnen staan. En je staat natuurlijk wel sterker als je kan zeggen: het strookt niet met de Grondwet.’
‘Heel positief. Het gros van de mensheid wil het goede doen voor de eigen kinderen en kleinkinderen. De politiek heeft met snel opeenvolgende kabinetten een lastige fase achter de rug en zit met een minderheidskabinet misschien nog steeds wel in een zoekende fase, maar het recht op de toekomst resoneert enorm en veel politieke partijen en maatschappelijke organisaties willen daarover nadenken.
De vraag is wel in de drukte van alledag: wie heeft de tijd om een volgende stap te nemen?
(tekst loopt door onder foto)

Wij zullen zelf zeker de vinger aan de pols houden. Als er een wetsvoorstel of een ontwerpbesluit binnenkomt, beoordelen wij dat aan de hand van een vast beoordelingskader. Is het in overeenstemming met de Grondwet, het internationaal recht en het Europees recht? Is het wetsvoorstel uitvoerbaar en is het te handhaven? En een heel belangrijke is: u wilt met deze nieuwe wet iets bereiken. Gaat dat met deze wet ook lukken? In ons beoordelingskader zouden wij nog nadrukkelijker kunnen inbrengen: wat is de uitwerking van deze wet voor toekomstige generaties?
Als wij daarop gaan letten, gaat de wetgever dat weer beter meenemen in de wetsvoorstellen en gaan Kamerleden die vraag weer inbrengen in het parlementaire debat daarover. Dat zijn allemaal stappen vooruit. Onze aanbeveling is dus dat de overheid zich echt meer rekenschap zal moeten geven van haar verantwoordelijkheid voor een leefbare wereld voor onze kinderen en kleinkinderen. Toekomstige generaties hebben een recht op de toekomst. Onze generatie is daar verantwoordelijk voor.’
Interview: Marijke Verduijn
Jaarverslag 2025 Raad van State