//= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-regular-400.woff2' ?> //= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-solid-900.woff2' ?> //= get_template_directory_uri() . '/vendors/fontawesome/fontawesome/fa-light-300.woff2' ?>
Robine Salomons is TikTokker en auteur. Dat was best een lange weg, na de diagnose PDD-NOS, een lichte vorm van autisme. Haar boodschap? Dat het oké is om autisme te hebben. En dat autisme inclusiever is dan veel mensen denken. ‘In de media zijn autisten vaak witte, hoogbegaafde, onaangepaste mannen. Maar ook mensen van kleur, queers en vrouwen kunnen autisme hebben. Ik wil dat mensen weten: zo kan het er ook uit zien. En dat ze er misschien anders over gaan denken. Eigenlijk wil ik dat het zo normaal mogelijk wordt gevonden.’
Als klein kind was Robine al anders. Haar opa was de eerste die zag dat er iets was. ‘Hij vond dat ik wat achter liep en zei tegen mijn moeder: “Dat zou je moeten laten onderzoeken.” M’n moeder was daar eerst een beetje boos over. Eigenlijk stak ze haar kop in het zand: we kijken het nog wel even aan.
Op de basisschool had ik wel vriendjes en vriendinnetjes. Maar ik was inderdaad wel anders. Ik nam opdrachten bijvoorbeeld heel erg letterlijk. Ik ben een keer poedelnaakt de gymzaal ingelopen, omdat de leerkracht had gezegd: “Ga je maar uitkleden.” En zo waren er wel meer dingetjes.
Toen ik toch werd onderzocht, bleek ik PDD-NOS te hebben, een lichte vorm van autisme. Toen ben ik naar een medisch kleuterdagverblijf gegaan en daar had ik het heel erg naar m’n zin.
Nadat mijn moeder de andere ouders een brief had geschreven over waarom ik naar een andere school overstapte, bleven er van al die vriendjes en vriendinnetjes maar twee over. En toen we met Sint-Maarten bij een oud-klasgenootje langs de deur gingen, deinsde dat meisje helemaal achteruit toen ze me zag. Mijn moeder zei wel: “Het is niet gezegd dat dat door je autisme komt” en het is ook niet te bewijzen dat dat de reden was. Maar een ander meisje zei: “Robine is een beetje dom.” Dat zegt een kind niet uit zichzelf, dus dat heeft ze waarschijnlijk van haar ouders gehoord.
Maar ik was vier, dus ik heb dat helemaal niet in de gaten gehad.
Na het speciaal onderwijs ging ik naar een gewone middelbare school. Dat was een hele grote overgang. Op het speciaal onderwijs had iedereen wel wat. Niks was verkeerd en niemand werd gepest. Dus ik was gewend om lekker mezelf te zijn. Maar op de middelbare school was dat heel anders. Ik kon de grapjes niet altijd volgen en er waren steeds nieuwe trends. Ik probeerde daar zoveel mogelijk aan mee te doen.
Ik was de hele dag aan het maskeren. Dat doen vooral vrouwen met autisme. Je wordt een soort kameleon. Ik heb wel tienpersoonlijkheden ontwikkeld. Bij de ene groep deed ik zus en bij de andere zo. Iedereen had een compleet ander beeld van mij. Ik was de hele dag aan het spiegelen en wist niet meer wie ik echt was.
Je neemt bepaalde kledingstijlen over. Denkt van tevoren na: ik ga met die en die afspreken: waar kan ik het over hebben? Wat zou zij interessant vinden? Ik heb weleens geprobeerd om een aantal standaardvragen paraat te hebben voor het geval ik een gesprek moest beginnen.
Ik vind het nog steeds doodeng om op date te gaan met nieuwe mensen. Moet ik “hoi” zeggen of “hé?” Moet ik vrolijk klinken of misschien nonchalant? Je denkt de hele dag: wat kan ik zeggen, wat moet ik niet zeggen? Praat ik teveel, of juist te weinig? Zeg ik de verkeerde dingen? Soms zei een stemmetje in mijn hoofd: je moet meer praten. Een andere keer juist: je praat te veel. En je bent constant bang dat je er dingen uitfloept die achteraf niet zo verstandig blijken te zijn.
Je vraagt je 24/7 af of je het wel goed doet. Dat is heel uitputtend.
Ik heb dat nog wel, maar sinds kort heb ik een vriendin die ook autisme heeft en ik merk dat ik bij haar volstrekt onbevangen een gesprek in ga. Dat had ik eerder ook al wel eens, maar het voelt toch anders bij iemand die zelf ook autisme heeft. Zij snapt iets sneller dan iemand zonder autisme. We houden allebei van diepe gesprekken. We kunnen elkaar willekeurig opbellen: wat is je levensdoel?
Ja, ik had constant het gevoel dat ik er toch niet bij kon horen, wat ik ook deed. Ik voelde me niet geaccepteerd, maar getolereerd. Ik kon heel snel boos reageren en leefde met m’n vuisten voor m’n gezicht: als ik anderen eerst pijn doe, kunnen ze mij geen pijn doen. Ik was kattig. Wilde mezelf beschermen. Laat me met rust.
Ik maakte al langer video’s voor TikTok. Ik stond bekend om mijn story times: verhalen over dingen die je hebt meegemaakt. Op een gegeven moment plaatste ik een filmpje over mijn werk en had ik in twee weken tijd 10.000 volgers. In coronatijd ging een van mijn filmpjes viraal en is dat geëxplodeerd naar 500.000 volgers. Ik plaats nog steeds filmpjes – een per dag.
Drie jaar geleden vroeg mijn oude mentor van de middelbare school of ik een gastles over autisme wilde geven in de Diversiteitsweek. In die week kwamen mensen langs die anders waren dan “gewoon”. Dat was altijd al een minidroom van me geweest. Ik dacht: de enige die we in die week nog missen, is iemand met autisme. Wat zou het leuk zijn als ik dat kon doen!
Ik heb heel goed nagedacht over wat ik wilde vertellen en ik merkte dat de kinderen er heel goed op reageerden. Ze hadden heel veel en heel goede vragen en ik kon hen echt iets over autisme leren.
Na mijn gastles vertelde ik ook op TikTok dat ik autisme heb en ging ik steeds vaker video’s maken over mijn ervaringen als vrouw met autisme. En toen besloot ik ook een boek te schrijven: Niet alle autisten houden van treinen.
Dat het oké is om autisme te hebben. En dat autisme inclusiever is dan veel mensen denken.
Het clichébeeld van de autist is toch dat van Rainman of van Young Sheldon: de witte, hoogbegaafde, niet erg aangepaste heteroman. En het meeste onderzoek is ook gedaan bij mannen. Maar een autist is niet alleen een witte man. Ook mensen van kleur, queers en vrouwen kunnen autisme hebben. Van vrouwen wordt dat vaak niet geloofd, omdat vrouwen meer bereid zijn om zich aan te passen. Zij kijken vaak beter hoe andere mensen reageren, zodat zij dat kunnen overnemen.
Ik wil dat mensen weten: zo kan het er ook uit zien. En dat ze er misschien anders over gaan denken. Eigenlijk wil ik dat het zo normaal mogelijk wordt gevonden.
Voor ouders die denken dat hun kind autisme heeft: laat het onderzoeken. Ik begrijp dat je bang bent dat je kind een label krijgt. Maar het is echt beter dat je het laat onderzoeken en er misschien niets uitkomt, dan dat je er pas achter komt als het 18 is. Voor het kind is het belangrijk dat er duidelijkheid is, dan heb je bepaalde handvatten.
En voor ouders van klasgenoten: probeer het kind te zien als kind. Benoem het nooit als probleem. En zeg nooit dat een kind een beetje dom is. In mijn geval was het veel beter geweest als die ouders hadden gezegd: Robine heeft gewoon wat meer hulp nodig.’
Interview: Marijke Verduijn
Niet alle autisten houden van treinen is uitgegeven bij Splint Media