Hoe voed je jongens op in een wereld vol verwachtingen? ‘Ja, ze zijn druk en wild, maar ook zacht, empathisch en communicatief’

Hoe voed je jongens op in een wereld vol verwachtingen? ‘Ja, ze zijn druk en wild, maar ook zacht, empathisch en communicatief’

‘Ik ben zelf opgegroeid met één zus, dus voor mij waren jongens echt een totaal nieuwe wereld.
En mijn kinderen zijn ook jongensachtige jongens. Ze hebben eindeloos met auto’s, vliegtuigen en tractoren gespeeld. En er is altijd veel reuring: ze moeten allemaal ontzettend veel bewegen, ze zijn wild, durven veel, ze houden van sport en ze kunnen behoorlijk luid zijn. Dus dat is allemaal heel cliché.
Maar tegelijkertijd zag ik enorm veel zachtheid, empathie, zorgzaamheid naar elkaar, naar mij, naar hun omgeving. En ik zag ook hoe communicatief ze zijn. Dus het is allemaal niet zo eenduidig.

Ik verbaas me over de beelden die veel mensen bij jongens hebben. Ik dacht altijd dat in een patriarchale wereld jongens in het voordeel zijn, maar ik merkte dat er tegenwoordig – althans in sommige landen en culturen – juist negatief naar jongens wordt gekeken. Ik denk dat jongens inmiddels worden achtergesteld en op een bepaalde manier zelfs afgeschreven.
Op de kleuterschool merkte ik zelf ook dat jongetjes vaak als lastig worden ervaren. En ik begrijp dat ook wel, want ik denk dat we jongens veel dingen veel beter moeten leren dan we denken. En ik denk dat je daarbij een heel eind komt met je eigen morele kompas.

Ik denk dat veel jongens klem dreigen te komen zitten in een behoorlijk giftige cocktail van ontwikkelingen. Overal in de wereld rukt het fascisme op – en dat heeft altijd al gebruik gemaakt van een ouderwets beeld van hypermasculiniteit. En dan heb je ook nog eens het internet en manfluencers die heel vrouwonvriendelijk zijn.

Er zijn heel veel jongens die het hier helemaal niet mee eens zijn, maar ik heb het idee dat ook zij wel een beetje schuin worden aangekeken. En dat is weer iets waar jongens snel van dichtklappen. Ook omdat we ze van oudsher niet echt leren om zich uit te spreken over hun gevoelens.

We zijn als mensheid al heel veel opgeschoten. In grote delen van de wereld hebben we vrouwen uit een heel benarde positie geholpen. Maar ik denk dat we – bewust of onbewust – nog steeds een heel ouderwets manbeeld op onze jongens projecteren. Ze moeten sterk zijn, hun gezin kunnen onderhouden en niet te emotioneel zijn.

Ik zie om mij heen dat mensen zachtaardig en vaak heel fysiek met meisjes omgaan, maar dat jongens een schouderklopje of een highfive krijgen. Er wordt van jongens verwacht dat ze empathisch zijn en hun gevoelens tonen, maar op het moment dat ze het doen, worden ze best vaak afgewezen. Ik denk dat we daar nog veel stappen in kunnen maken.

Ik wil ze graag opvoeden als allround mens. Dat ze zich niet beperkt voelen door rollen die zijn ontstaan in een geschiedenis waar ze niets mee te maken hebben en die opgelegd worden door de wereld waarin ze nu leven.
Dat ze zichzelf kunnen zijn  en op hun eigen gevoel kunnen varen. Dat ze er zijn voor de mensen om hen heen en dat ze kunnen leunen op de mensen om hen heen. En dat dat in evenwicht is.

Ik heb van mijn onderzoek geleerd dat ik dat bewust moet aanzetten. Als ik merk dat ze ergens mee zitten, vraag ik altijd: hoe voelde dat? Ik hoop dat ze daardoor leren woorden te vinden voor waar ze mee zitten.
Ik denk dat we dat veel breder moeten trekken. Dat we structuren en rituelen moeten ontwerpen waarin we jongens begeleiden om ze een allround man te helpen worden. Ze heel veel laten oefenen met vragen als: wat voel ik?  Wat vind ik? Wat doe ik en wat veroorzaak ik? Waar wil ik aan bijdragen en waaraan niet? Zo vorm je hun morele kompas. Ik denk dat dat echt een uitweg kan zijn voor zoveel problemen die nu spelen.

Ja, andere kinderen gaan me ook aan het hart. We zouden er ook voor elkaars kinderen moeten zijn, vind ik, en met elkaar voor alle kinderen in de wereld zorgen. It takes a village to raise a child en vreemde ogen dwingen.

Of wat je zo vaak hoort: “Het zijn nu eenmaal jongens, hè!?” Ik denk dat we daarmee moeten oppassen. Ik weet dat ik als kind echt maar één keer hoefde te horen dat ik iets was om me ernaar te gaan gedragen.
We leven in een cultuur waarin van jongens soms grensoverschrijdend gedrag wordt verwacht. In het proces van opgroeien, man worden en een seksleven krijgen imiteren heel veel jongens ook maar gewoon wat ze bij anderen zien en horen. En dat is niet altijd het goede voorbeeld.
Doordat ze het gevoel hebben dat ze sex moeten hebben (gehad) en moeten scoren en presteren, gaan ze al vaak over hun eigen grenzen. Het is niet zo gek dat ze dan soms ook over grenzen van anderen gaan. Maar ik denk dat de grens tussen wat twee mensen allebei leuk vinden heel helder is. En dat je kan praten over wat er gebeurt als iemand ineens heel stil wordt. Ze kan leren ook te luisteren naar signalen die misschien niet overduidelijk zijn. En het moet natuurlijk volstrekt duidelijk zijn dat niemand recht heeft op seks.

Vooropgesteld: ik denk dat je die lessen ook kunt krijgen van een moeder. Maar kinderen spiegelen zich. En agressie van mannen in de wereld is zo’n groot probleem dat het voorbeeld van je vader heel vormend is. Als het gaat om verantwoordelijkheid nemen voor je kracht, en de zoektocht naar wat voor man je wilt zijn, hebben vaders een heel belangrijke taak.
Iemand zei laatst tegen mij: “the boys of the future will have to able to fight.” Daar schrik ik in eerste instantie van. Omdat ik zelf principieel tegen geweld ben. Maar we leven in de wereld zoals die is. Later dacht ik: misschien moeten onze jongens in een wereld die wordt beheerst door Poetin en Trump, naast alles wat ik ze wil leren ook wel leren vechten. Er staat veel op het spel en dat moeten we verdedigen. Maar dat geldt net zo goed voor vrouwen. En we zullen allemaal ook onze soft skills moeten ontwikkelen om er doorheen te komen en de wereld te creëren zoals die zou moeten zijn. Dus komt het wat mij betreft toch weer neer op die “allround mens” die we onze kinderen moeten leren te zijn, of te blijven.

Ik geloof daar heel erg in. Als ik zie wat de bewustwording van rolmodellen voor meisjes en voor kinderen van kleur heeft gedaan, dan is dit heel erg belangrijk. Je moet mensen iets zien doen, zodat je weet dat dat ook een optie is. Hoe breder de waaier is waaruit je kan kiezen, hoe groter de kans dat je kiest wat bij je past. En dat draagt weer bij aan je welzijn.

Ik denk dat daar echt winst te behalen is. We hebben ontzettend hard ons best gedaan om meisjes naar school te krijgen. En als veel jongetjes nu in het onderwijs verloren lopen, dan denk ik dat er werk aan de winkel is. Ik ben geen onderwijskundige, maar als ik onderzoeken lees over hoeveel baat jongens én meisjes hebben bij gescheiden taalonderwijs … En mijn jongens zouden in ieder geval heel veel baat hebben bij meer bewegen.

Ja, dat hele onbesuisde geeft soms veel rotzooi en ellende. En wie weet gaan ze een keer een auto in de prak rijden. Dat was al zo toen ik opgroeide en dat zie ik nu nog. Dat hoort er kennelijk bij.
Maar ik geloof veel meer in het begeleiden daarvan dan in het problematiseren of afstraffen. Of in uitspraken als: “typisch iets voor jongens”. Dat maakt ze meteen onderdeel van een groep.
Ze doen soms onbesuisde dingen omdat ze het nog niet overzien en over een paar jaar is het weer anders. Ik denk dat we jongens te weinig ruimte geven om fouten te maken. En met die strenge benadering dreigen we echt een bloem in de knop te breken.’

Interview: Marijke Verduijn
Foto: Anoek van Nunen

Eva Marie de Waal: Zonen. Over opgroeiende jongens in een wereld vol verwachtingen. Volt, 2025. € 22,99