Hoe praat je met kinderen over het klimaat? ‘Ze maakte zich op de basisschool al zorgen’

Hoe praat je met kinderen over het klimaat? ‘Ze maakte zich op de basisschool al zorgen’

Haar oudste zat net op de middelbare school, toen klimaatpsycholoog Yvette Stevens de vraag kreeg hoe je dit onderwerp in groep 7/8 van de basisschool bespreekbaar kan maken. Om meer zicht te krijgen op wat er leeft, besloot ze haar dochter te interviewen. Die had het er eigenlijk nooit zo over, dus ze dacht dat ze er niet zoveel mee bezig was. ‘Maar ik schrok enorm, want ze bleek zich wel degelijk ook al op de basisschool zorgen te hebben gemaakt. Eerst dacht ik: dat komt misschien omdat ik zelf veel met het onderwerp bezig ben. Maar er bleken best veel kinderen te zijn die zich zorgen maken.’

Dat is ook de ervaring van collega Elke Rabé. Zij deed jarenlang mee aan een project waarin mensen werd gevraagd naar hun ideaal. ‘Op een gegeven moment werd ik gevraagd voor een workshop met ouders en kinderen. Daarbij stelden ouders hun kinderen vragen over hun ideale wereld, waarna ze er samen een collage van maakten. Dat bleek een schot in de roos. De ouders waren behoorlijk onder de indruk van wat hun kinderen zeiden en wat je daar tussen de regels door uit kan halen.

Later werd me gevraagd bij de Schoolweek voor de duurzaamheid verbeeldingslessen te geven op basisscholen. In de klas vraag ik de kinderen naar hun ideale wereld, wat ze zelf soms onbewust vertalen naar hun ideale toekomstbeeld. Zeker in groep 7 of 8 benoemen kinderen in hun ideaalbeeld van de wereld vaak andere vormen van energie, meer verdraagzaamheid, veel meer groen, dieren. Op basis daarvan kun je doorpraten.

Jongere kinderen noemen ook hele andere dingen, hoor: een wereld met unicorns en suikerspinnen voor iedereen. Dat hoeft niet te betekenen dat ze geen zorgen hebben, maar dan zit het niet zo hoog aan de oppervlakte dat ze er zelf mee komen.’

‘Daarom is het zo belangrijk om niet meteen zelf gaan zenden en je kennis te spuien, maar om goed te luisteren en eerst te kijken waar is het kind mee bezig is. Dan kan je aansluiten bij diens interesse’, vult Leoni Rietdijk aan. ‘Als een kind zich zorgen maakt over de toekomst van de ijsbeer hoef je niet te gaan vertellen wat er nog meer op het spel staat.’

Elke: ‘Zeker bij jongere kinderen gaat het vaak over hun eigen buurt. Zij noemen bijvoorbeeld vieze lucht. Maar veel kinderen beginnen ook over ijsberen, oorlog, of Afrika.’

Yvette: ‘De een maakt zich heel erg zorgen over het uitsterven van dieren. Anderen zijn bang voor de toekomst. Er is nog relatief weinig onderzoek gedaan naar jonge kinderen en hun emoties over klimaatverandering. Bij oudere kinderen is dat er wel. Maar in de praktijk komen wij tegen dat kinderen over dit onderwerp emoties hebben en dat volwassenen het moeilijk vinden daarmee om te gaan. Dus wij vinden dit een belangrijk onderwerp. En er zijn wel de nodige onderzoeken naar emoties van jonge kinderen in het algemeen. Daar sluiten we bij aan. En we zijn zijdelings betrokken bij een aantal onderzoeken die op dit moment lopen.’

Yvette: ‘In mijn wereldbeeld kan het niet anders dan dat het ook iets voor kinderen is. Klimaatverandering is nu eenmaal gaande en kinderen horen erover, bijvoorbeeld door het Jeugdjournaal.’

Elke: ‘Kinderen pikken alles op. Je houdt het toch niet bij ze weg en als je het er dan niet over hebt, zitten ze er helemaal alleen mee. Dat geldt voor alle moeilijk onderwerpen: dood, rouw, honger, het geweld in de wereld. Dus ik denk dat het heel belangrijk is om te praten, ook over dit onderwerp. De wereld is flink in verandering en daar moet je kinderen op een mooie, zorgvuldige manier op voorbereiden. Welke vaardigheden heeft een kind nodig in de maatschappij die er aan komt? Hoe kunnen kinderen zich daarin staande houden?’

Leoni: ‘Het is heel belangrijk om eerlijk en open te zijn tegenover kinderen en aan te sluiten bij de beleving van het kind. En het is goed om er een boodschap van hoop aan toe te voegen, vooral als een kind heel angstig is.’

Yvette: ‘Je kan als ouder over alles met je kind praten. Je hoeft niet uitgebreid te gaan vissen, maar je kunt zeker een vraag stellen over wat er bij je kind leeft en daar op doorgaan als daar iets uit komt. Dus het initiatief kan zeker ook bij de ouder liggen. Ouders kennen hun eigen kind het beste en weten het beste hoe ze kunnen aansluiten bij diens sociaal-emotionele niveau. Maar ik heb dus zelf ervaren dat je daarin ook verrast kan worden. Dan denk je je kind goed te kennen, maar blijkt het meer gedachten en gevoelens te ervaren dan jij op dat moment inschat.’

Yvette: ‘Je moet vooral heel goed luisteren, zoals Leoni al zei. Dat helpt een kind ook om zich gehoord te voelen. Die emotionele component zit er ook aan.’

Leoni: ‘En als het om jonge kinderen gaat, is het zeker ook goed om een element van ontspanning in te bouwen. Een tijdje geleden stond ik met Extinction Rebellion op de Mariaplaats in Utrecht. We hadden een smeltende ijsbeer bij ons en overal op het plein lagen stukjes afgebroken ijs. Sommige ouders bleven met hun kinderen staan en dan zag je bij kinderen het kwartje vallen: o, wacht: als het ijs smelt, komt de ijsbeer in de problemen. Op een gegeven moment begon een kind spontaan te voetballen met wat stukjes ijs die er lagen. Prima om dan mee te doen en het onderwerp te laten rusten. 

Laatst liep ik mee in een klimaatdemonstratie waar ook kinderen met hun ouders meeliepen. Ik zag een kind kijken naar een protestbord met een huilende wereldbol en ik zag dat haar gezicht betrok. Toen dacht ik: hier moet ik wel wat mee. Ik wees haar op mijn eigen bord met een breed lachende aarde met veel planten en dieren en een ‘plantaardige wereldburger’. Je wil wel hoop bieden: we zijn met elkaar al heel hard bezig en als we zo met elkaar bezig blijven, kunnen we de aarde weer vrolijk krijgen’.

Elke: ‘Het is heel belangrijk om kinderen een handelingsperspectief te bieden: wat kunnen we samen doen? Het kind hoeft niet de hele wereld op z’n nek te dragen.’

Leoni: ‘De dochter van een vriendin van me zet klimaatboeken in de schoolbibliotheek. Maar je kunt ook als ouder actief bezig zijn en je samen met je kind verwonderen over de plantjes die weer opkomen na een koude winter. Dat geeft hoop en kracht. De universiteit Utrecht doet een onderzoek naar biodiversiteit. Daar kan je als leerkracht met je klas of als ouder met je kind aan meedoen. 

Elke: ‘Als je ergens van gaat houden, wil je het beschermen. Daarom is het heel belangrijk om kinderen mee naar buiten te nemen en hen liefde voor de natuur bij te brengen. Dat is een mooie manier om hele jonge kinderen hier voorzichtig in mee te nemen, zonder te weten of ze zich er al over zorgen maken of niet.’ 

Yvette: ‘Je kunt echt zoveel doen. Het ene kind vindt het hartstikke leuk om een protestbord te knutselen. Een ander vindt het geweldig om een geveltuintje aan te leggen en een derde vindt het leuk om rotzooi op te ruimen of afval te prikken. Het kan voor een kind ook heel verbindend zijn om mee te lopen in een demonstratie: kijk eens hoeveel mensen de wereld mooier willen maken.’

Interview: Marijke Verduijn

De site van Grootouders voor het Klimaat biedt een uitgebreide boekenlijstmet klimaatboeken voor kinderen.
Maak samen met je kind een
moestuintje, of doe mee met de Nationale Bijentellingvan 16-20 april. Deze en andere ideeën (voor school of thuis) vind je op onder meer IVN, Natuurmonumentenen Buitenonderwijs.
De belangstelling voor de verbeeldingslessen van Elke waarin kinderen hun toekomstideaal schetsen, werd zo groot dat ze
     een filmpje      heeft laten maken, waardoor docenten de les zelfstandig kunnen geven. Het filmpje is te bestellen via info@futerra.nu .
Over klimaatverandering is al veel lesmateriaal ontwikkeld. Zie bv. https://schrijversvoortoekomst.nl/onderwijs/


Lees ook:
Hoe plant je een zaadje? Evy is moestuincoach
Zo blij dat jongeren zich ermee gaan bemoeien
Boeit onze toekomst je iets?