‘Ik ben dankbaar om de Palestijnse familie Nassar te kunnen helpen’

‘Ik ben dankbaar om de Palestijnse familie Nassar te kunnen helpen’

Precies tien jaar geleden was Maartje voor het eerst bij Tent of Nations. ‘Ik zat in de derde klas en kreeg de kans om er samen met mijn vader naartoe te gaan. Tent of Nations is al sinds 1916 in bezit van de familie Nassar. Maar de eigendomspapieren, die ze al sinds 1924 hebben, worden niet erkend door de Israëlische staat. De familie wordt constant geïntimideerd en gedwarsboomd door kolonisten en het Israëlische leger. Daarom zijn buitenlandse vrijwilligers heel belangrijk: als morele steun en als bescherming. Als er buitenlanders zijn, houden de kolonisten en de soldaten zich meer in.

Het is een groot stuk land, zo’n 42 hectare in heuvelachtig gebied. Dus er is altijd veel werk: onkruid wieden, distels weghalen, de dieren verzorgen en de wijnstruiken en de fruit- en olijfbomen water geven. En omdat hun olijfbomen regelmatig worden regelmatig vernield, moeten er ook constant nieuwe olijfbomen worden geplant.

Mijn eerste bezoek aan Tent of Nations deed me veel. Voor het eerst zag ik met eigen ogen de checkpoints voor Palestijnen, waar ze soms uren moeten wachten met het risico om te worden tegengehouden, lastiggevallen, bedreigd of zelfs opgepakt. Ik zag de aparte wegennetwerken op de Westelijke Jordaanoever: één voor de gele nummerborden van de Israëli’s en één voor de groene nummerborden van de Palestijnen. Het was een apartheidsstaat.

Ik vond het zo indrukwekkend hoe de familie Nassar ondanks dit alles volhoudt. Ondanks alle tegenstand, pesterijen, vernielingen en bedreigingen weigeren ze slachteroffer te zijn. Vanuit hun christelijk geloof willen ze bruggen bouwen en weigeren ze ook te haten. Ze verzetten zich zeker tegen alle onrecht, maar principieel zonder enig geweld. Daoud Nassar zegt altijd: “Wij weigeren vijand te zijn.”

Ik was toen, en nu nog steeds, ook enorm onder de indruk van hun creativiteit en vindingrijkheid. Het leven wordt hun haast onmogelijk gemaakt en toch vinden ze een manier om door te gaan. Hun water is afgesloten, dus ze vangen al het regenwater op en hebben composttoiletten gebouwd. Je kan als vrijwilliger ook niet douchen: vrijwel alle water gaat naar de planten en de dieren. Ze krijgen ook geen elektriciteit, dus hebben ze op een aantal plekken zonnepanelen aangelegd.

Na mijn eindexamen, in 2018, heb ik 7 maanden vrijwilligerswerk gedaan in een internationale kibboets in het Noorden van Israël. Toen ben ik ook kort terug geweest bij Tent of Nations.
Ik vind het nu vreemd om op die tijd terug te kijken. Destijds had ik erg de behoefte om een ‘diplomatieke’ en neutrale positie aan te nemen. Ik wilde in gesprek en zoveel mogelijk verhalen horen van zowel Israëli’s als Palestijnen.

Nu weet ik maar al te goed dat die neutraliteit – waar ik destijds zo op gebrand was – helemaal niet neutraal of objectief was: de onderdrukking en bezetting van de Palestijnen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever was ook toen al decennia aan de gang. Door je in te zetten voor de Palestijnen verzet je je tegen apartheid en kolonisatie en zet je je in voor rechtvaardigheid en menselijkheid.

Daarom besloot ik in de zomer van 2024 opnieuw naar Tent of Nations te gaan. Het geweld en de intimidatie van de kolonisten op de Westelijke Jordaanoever wordt steeds heftiger en protective presence is nu meer nodig dan ooit. Ondanks dat ik er al eerder was geweest, vond ik het deze keer spannender om te gaan. Maar dat was eigenlijk alleen vooraf. Toen ik er eenmaal was, gleed de spanning van mijn schouders af en was ik dankbaar om er te zijn en op mijn manier de familie Nassar te kunnen helpen.

Natuurlijk was ik me bewust van mogelijke risico’s, maar dat zorgde eerder voor alertheid dan voor angst. Je houdt je ogen en oren natuurlijk wel open, maar bang ben je niet. En ondanks de momenten van geweld en intimidatie is Tent of Nations een plek van rust en kalmte, een plek waar de diepe emotionele connectie tussen het land en de familie Nassar haast tastbaar is.

Toch was deze derde reis wel echt een andere ervaring. De situatie is extreem verergerd. Doordat het Israëlische leger steeds meer checkpoints aanlegt op het Palestijnse wegennetwerk kost het de familie Nassar enorm veel tijd om hun land te bereiken. Er zijn zelfs dagen waarop dat helemaal niet lukt.

Verder wordt de boerderij veel meer lastiggevallen. Regelmatig vliegen er drones over, wat heel intimiderend en bedreigend is. Ook zijn de nederzettingen om de boerderij heen flink uitgebreid en komen ze steeds dichterbij. Er staan de hele nacht felle lampen op de boerderij gericht. Er wordt de hele tijd naar je gekeken. Dat voelt zo intimiderend.

Iets dat ik voor deze laatste reis niet helemaal besefte, is dat Gaza en de Westelijke Jordaanoever zo dicht bij elkaar liggen dat je de raketaanvallen op Gaza hoort, dag en nacht. Daar las ik dan vervolgens de berichten over en zag ik beelden van. Dat is iets waar ik nog steeds veel bij stilsta.

De liefde die ik voor de familie Nassar voel, zit diep. Ze zijn zo hoopvol, krachtig en vindingrijk in een nagenoeg hopeloze situatie. Buiten de boerderij, in Bethlehem, voelde ik meer hopeloosheid. Er is geen werk, mensen zijn bang en terecht. Naast alle verschrikkelijke dingen die er met mensen gebeuren, is er ook economisch gezien helemaal geen toekomstbeeld.  

Ook de situatie van Tent of Nations voelt steeds hopelozer, maar mijn ouders en mijn jongere zusje zijn er deze zomer nog geweest en dat is heel goed verlopen. Zelf wil ik ook graag terug. Het geweld en de bezetting op de Westelijke Jordaanoever en de genocide in Gaza maken me heel erg boos, intens verdrietig en ook moedeloos. Maar we moeten volhouden. Daarom blijf ik het verhaal vertellen aan iedereen die erover wil praten.

Iedereen kan wat doen – ook hier. Blijf naar die protesten gaan, blijf boycotten, wees actief op social media, praat met mensen, schrijf brieven naar de Tweede Kamer. Iemand die ik ken, draagt iedere dag op weg naar haar werk de Palestijnse vlag om haar schouders. Doe het op je eigen manier, maar laat ze niet in de steek.’

Interview: Marijke Verduijn

Meer interviews met jongeren die actie ondernemen